Lezingen van de dag – vrijdag 5 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Vincentius Ferrer († 1419)

Vincentius (in Bretagne Visant) Ferrer (soms Ferrier) op, Vannes, Bretagne, Frankrijk; kloosterling & volkspredikant

Hij was rond 1350 in het Spaanse Valencia geboren uit een Engelse vader en een Spaanse moeder. Reeds op jonge leeftijd trad hij toe tot de orde der dominicanen. Hij werd een beroemd predikant die heel Europa doortrok om de mensen op te roepen zich van hun lakse levenswijze te bekeren. Hele volksmassa’s kreeg hij op de been. Hij wist ze meesterlijk te bespelen in dienst van het evangelie. Het was dus een slimme zet van de tegenpaus te Avignon, Clemens VII (1378-1394), toen hij van Vincentius’ kwaliteiten gebruik maakte om het koninklijk huis van Aragón op zijn hand te krijgen.

De verwarring binnen de kerk van die tijd was zo groot dat zelfs een heilig man als Vincentius lange tijd gemeend heeft hiermee de goede zaak te dienen. De leiding van de dominicaner orde riep hem echter terug en gaf hem een spreekverbod; nu gaf hij les aan de domschool van Valencia. Maar vanaf 1399 trad hij weer op in het openbaar. Toen hij in Toulouse preekte, werden de lessen aan de plaatselijke universiteit drie weken lang stilgelegd om ieder de gelegenheid te geven naar hem te gaan luisteren.

Pas in 1412 begon hij in te zien dat hij fout was geweest met zijn steun aan de paus van Avignon. Dat was een zeer pijnlijke ontdekking. Hoe diep dit alles hem geraakt moet hebben, kunnen we afleiden uit het feit dat hij zich van nu af ‘afgezant van Paus Jezus’ noemt. Het Concilie van Konstanz (1413-1417) zorgde ervoor dat er weer één paus aan het hoofd van de kerk stond. Hij speelde een belangrijke rol in het schisma rond de ware paus. In 1416 maakte hij zich in een rede te Perpignan, Zuid-Frankrijk, officieel los van de toenmalige tegenpaus van Avignon, Benedictus XIII. Daarop trok hij naar Bretagne om er het volk weer tot God te brengen. Maar hij was intussen een oud man geworden. Hij kon zelfs niet meer op zijn eigen benen staan; hij moest door een ezel gereden worden. Het was tenslotte te Vannes dat hij stierf. Daar ligt hij ook begraven.

Met hem worden op deze dag ook herdacht zijn gezellen Antonius Fuster, Blasius van Auvergne en Petrus Cerdan. Wat was hun plaats? Om daarachter te komen is het goed te beseffen dat Vincentius massa’s mensen trok, soms wel tachtigduizend.

Wie hem eenmaal gehoord had, wou niet meer weg en trok met hem mee naar de volgende standplaats. Met als gevolg dat hij vaak door duizenden mensen werd begeleid. Onder zijn gevolg waren priesters die meteen biecht konden horen; er waren zangers bij en muzikanten met draagorgeltjes die de dienst opluisterden met muziek en gezang; klerken en notarissen waren erbij die het bijleggen van ruzies en de afhandelingen van geschillen meteen vastlegden; er waren mannen bij die voor eten en slapen moesten zorgen voor al die mensen. Hij was gewoon drie maal per dag een toespraak te houden; opvallend was daarbij dat zijn stem niet zwakker werd. Hoewel hij alleen in het Spaans sprak, zijn moedertaal, werd hij begrepen door Fransen, Italianen, Duitsers, Engelsen en zelfs Grieken en Hongaren. Hij moet ook onnoemelijk veel wonderen hebben verricht; hij wekte een aantal doden weer ten leven; wist brood en meel te vermenigvuldigen; genas blinden, stommen, lammen en geesteszieken; als hij een zieke de hand oplegde, was deze weer beter.

Hij is patroonheilige van de Spaanse stad Valencia en de Bretonse plaats Vannes; verder van huizenbouwers, dakdekkers, dakpanfabrikanten, houtbewerkers, loodgieters. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen epilepsie en toevallen, hoofdpijn, koorts en allerhande ziekten; verder wordt zijn voorspraak gevraagd voor een goed huwelijk, voor vruchtbaarheid, voor een zalige dood en tegen gevaren. In Bretagne is hij ook patroon van de paarden.

Bron: Heiligen.net

 

vrijdag in de 4e week van de vasten


Uit het boek Wijsheid 2, 1a + 12-22

Door zijn manier van leven is de rechtvaardige een uitdaging voor zijn slechte omgeving. De rechtvaardige zal worden ter dood gebracht.

In valse waan zeggen de goddelozen tot elkaar:
‘Laten we de rechtvaardige in het nauw drijven, want hij is ons alleen maar tot last. Hij dwarsboomt ons in alles wat we doen, hij verwijt ons dat we de wet overtreden en houdt ons voor dat we verloochenen wat ons geleerd is.
Hij beweert over kennis van God te beschikken en noemt zich kind van de Heer.
Hij is een levende aanklacht tegen onze opvattingen geworden. Zijn verschijning alleen al is ons een doorn in het oog, omdat hij anders leeft dan anderen en zich afwijkend gedraagt.
Wij zijn in zijn ogen minderwaardig en hij mijdt onze levenswijze alsof die besmet is. Hij geeft hoog op van de bestemming van rechtvaardige mensen en beroemt zich erop dat God zijn vader is.
Laten we zien of hij gelijk heeft en afwachten wat er bij zijn dood gebeurt.
Als de rechtvaardige echt een zoon van God is, zal die hem toch te hulp komen en hem uit de greep van zijn vijanden redden?
Laten we hem aan geweld en marteling onderwerpen om zijn oprechtheid te leren kennen, laten we zijn uithoudingsvermogen op de proef stellen.
We zullen hem veroordelen tot een vernederende dood, want hij beweert toch dat hij gered zal worden?’
Aldus de gedachtegang van de goddelozen. Maar ze vergissen zich, verblind als ze zijn door hun slechtheid. Ze zijn niet bekend met Gods geheimen: ze verwachten niet dat vroomheid beloond wordt en geloven niet dat wie onberispelijk leeft, gelauwerd wordt.

 

Psalm 34, 17-23

Refr.: De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit. $

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de Heer zal hem steeds weer bevrijden.

Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
niet één ervan wordt verbrijzeld.

Een slecht mens komt om door eigen kwaad,
wie een rechtvaardige haat zal boeten.

De Heer redt het leven van zijn dienaren,
nooit zal boeten wie schuilt bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 7, 1-2 + 10 + 25-30

Ter gelegenheid van de grote feesten bezochten vele Joden de tempel van Jeruzalem. Jezus treedt op. Sommigen stellen zich de vraag of de overheid nu werkelijk erkend zou hebben dat Hij de messias is. Anderen daarentegen willen zich van Hem meester maken omdat Hij gezegd heeft dat degene die Hem gezonden heeft waarachtig is en dat ze Hem niet kennen.

Jezus trok door Galilea; in Judea wilde Hij niet komen, omdat de Joden daar Hem wilden doden. Het Joodse Loofhuttenfeest naderde.
Toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging Hij zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim.
Sommige Jeruzalemmers zeiden: ‘Is dat niet die man die ze willen doden? Moet je zien, Hij spreekt vrijuit en ze zeggen niets tegen Hem. Zouden onze leiders werkelijk tot de overtuiging zijn gekomen dat Hij de messias is? Wanneer de messias komt, zal niemand weten waar Hij vandaan komt, maar van Hem weten we wel waar hij vandaan komt.’
Bij zijn onderricht in de tempel zei Jezus luid en duidelijk: ‘U kent mij en u weet waar Ik vandaan kom. Maar Ik ben niet namens mezelf gekomen; Ik ben gezonden door iemand die betrouwbaar is, en Hem kent u niet. Ik ken Hem, omdat Ik bij Hem vandaan kom en Hij mij heeft gezonden.’
Toen wilden ze Hem grijpen, maar niemand deed Hem iets, omdat zijn tijd nog niet gekomen was.

Van Woord naar leven

Vandaag zou ik met u willen stil staan bij een vers dat we lezen in de tussenzang uit psalm 34. We lezen daar: ‘Gebroken mensen is de Heer nabij, Hij redt wie zwaar wordt getroffen.’

Gebroken mensen is de Heer nabij…
Als we de evangelies er op nalezen, doet de Heer inderdaad niets anders. Hij zoekt zondaars op, tafelt met hen, en spoort hen aan tot bekering. Hij gaat naar zieken, raakt hen aan, velen geneest Hij. Hij ontmoet mensen die verlamd zijn door de zwaarte van het leven, Hij praat met hen en tilt hen op. Hij had een bijzonder voorliefde voor de armen, de mensen aan de kant.

Lieve mensen, hoe staan wij als Kerkgemeenschap in de wereld? Wij, die als roeping hebben ‘licht te zijn in de wereld’, zijn wij wel aanwezig in de wereld? En met de wereld bedoel ik dan niet enkel onze lokale geloofsgemeenchappen waar het doorgaans goed is om te vertoeven (en waar ook niets fout mee is), maar ik bedoel vooral zij die onder lasten gebukt door het leven gaan, naar ziel en lichaam gebroken, ver weg van welke geloofsgemeenschap ook. Hun wereld is de wereld waartoe wij christenen gezonden zijn.

‘Licht zijn voor de wereld’ mogen we niet lichtzinnig opvatten. Het is in beweging komen. Niet vanuit ons eigen allerindividueelste ikje, maar vanuit de aanwezigheid van de Heer in ons. Ja, Hij in ons, met ons, door ons. Vanuit zijn liefde dus.

Dikwijls staat er in het evangelie: Uit mede-lijden bewogen… enz. Jezus trok zich het lijden van de mensheid aan. Lijden als gevolg van de zonde (de godsvervreemding zeg maar), lijden als gevolg van ziekte, van verlamming, enz. Hij wist zich gezonden om deze mensen op te zoeken, en hen te ‘bevrijden’ van hun dikwijls zware lasten. Het was de liefde die Hem stuwde.

De liefde maakte Jezus zo diep menselijk, zo warm van hart, zo nauw betrokken bij het gebrokene in de samenleving.

Laten we, in navolging van de Heer, en diep verbonden met Hem, het broze en het gebrokene in de wereld omarmen, zowel in onze eigen geloofsgemeenschappen als ook ver daarbuiten.

Ja, laat ons ‘licht’ zijn voor elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
trek ons in de vlam van uw liefde, maak ons innig één met U, opdat wij naar uw voorbeeld, en in eenheid met U, het gebrokene in de wereld diep zouden omarmen, uit pure vriendschap, uit liefde die haar wortels heeft in uw Drie-ene Minne voor ieder.
Amen.