Lezingen van de dag – vrijdag 8 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Josephina Bakhita († 1947)

Josephina Bakhita, Schio bij Vicenza, Italië; kloosterlinge

Zij werd rond 1870 geboren in de Oost-Afrikaanse staat Soedan. Haar ouders moeten vooraanstaande mensen geweest zijn. Als kind was zij er getuige van hoe haar oudste zus werd gekidnapt door Europese slavenhandelaars. Twee jaar later – ze was toen ongeveer negen – overkwam haar hetzelfde lot: slavenhandelaars maakten haar buit. Met een grote groep andere gevangenen heeft ze dagenlang door het oerwoud gelopen. Toch wist ze samen met een vriendinnetje op een goed moment te ontsnappen. Maar vervolgens viel ze weer in handen van andere slavenhandelaars. Zij waren het die haar de naam ‘Bakhita’ gaven, wat cynisch genoeg ‘geluksvogeltje’ betekent! Ze werd verkocht aan een Turkse officier. Die gaf het meisje als cadeautje aan zijn vrouw. De behandeling die Bakhita van haar kreeg, tart alle beschrijving. Ze had meer weg van een roofdier, dan van een mens. Zo liet ze het kind brandmerken en tatoeëren; daarbij liep het kind rauwe open wonden op, die haar meesteres met zout behandelde.

Het was de Italiaanse consul in Khartoem, die haar in 1884 wist los te krijgen en haar meenam naar Venetië. Daar gaf hij haar cadeau aan een goede vriend. Deze man had een boekhouder, die diep gelovig was en zijn katholiek geloof niet alleen in woorden maar ook in daden naleefde. Toen hij bemerkte, dat het meisje een zuiver karakter had, begon hij haar de beginselen van het katholiek geloof bij te brengen. Bij de Zusters van Liefde van Canossa werd zij als geloofsleerling verder ingewijd in de katholieke leer. Maar er dreigde gevaar. De familie die haar cadeau had gekregen, eiste haar op: zij wilden dat het meisje meeging op een reis naar Afrika. Doodsbang vroeg zij de zusters of zij bij hen mocht blijven. Dezen voerden zelfs actie tot bij de aartsbisschop van Venetië. Die wist bij de Italiaanse regering gedaan te krijgen, dat Bakhita vrij werd verklaard; de slavernij was immers al enige tijd geleden officieel afgeschaft!

Op 9 januari 1890 werd zij door diezelfde patriarch gedoopt. Ze ontving de namen Josephina Margarita Fortunata (= Bakhita). De naam, die ze destijds als kind van haar Afrikaans ouders had ontvangen, was zij door alle traumatische ervaringen van de afgelopen jaren vergeten!

Enige tijd later trad zij in bij de Zusters van Liefde van Canossa. Op 8 december 1896 legde zij haar geloften af. In haar kloosterleven kreeg zij achtereenvolgens de taken te vervullen van kokkin, portierster, schoonmaakster en ziekenzuster. Vanwege haar zwarte huidskleur werd juist zij vaak uitgekozen om in de verschillende kloosters en instituten te komen spreken over Afrika met de bedoeling zo de missie te bevorderen. Dat waren voor haar de zwaarste opdrachten.

Hoewel zij ook binnen de kloostergemeenschap herhaaldelijk vernedering en discriminatie had te verduren, was zij een toonbeeld van toewijding, bescheidenheid en geduld. Naarmate zij ouder werd kwamen ook de gevolgen van haar traumatische jeugd meer en meer aan het licht; zij leed aan adervernauwing en had ademhalingsmoeilijkheden. Vooral het lopen kostte haar tenslotte enorm veel moeite. In januari 1947 kwam daar een dubbele bronchitis overheen. Op dat moment vroeg zij zelf om de Laatste Sacramenten. Zij stierf te Schio in het bisdom Vicenza op 8 februari 1947. Op 17 mei 1992 werd zij zalig verklaard en heilig in 2000.

Zij is beschermheilige van Soedan.

Bron: Heiligen.net

Lees ook vandaag als ‘leestip van de dag’:

 

vrijdag in week 4 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 13, 1-8

De brief aan de Hebreeën sluit met enkele morele aansporingen over de broederliefde, het huwelijk, onze houding tegenover geld en tegenover hen die het woord Gods verkondigen. Deze aansporingen maken duidelijk hoe weinig de christenen van die dagen van ons verschillen. De gebruikelijke aansporingen van toen zijn ook nu nog nuttig.

Broeders en zusters,
Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.
Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.
Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen.
Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal Ik u afvallen, nooit zal Ik u verlaten’, zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’
Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt.
Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!

 

Psalm 27, 1 + 3 + 5 + 8c + 9abc

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

Hij laat mij schuilen onder zijn dak
op de dag van het kwaad,
Hij verbergt mij veilig in zijn tent,
Hij tilt mij hoog op een rots.

Uw nabijheid, Heer, wil ik zoeken,
U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 14-29

Jezus’ optreden wekte verschillende reacties. Iedereen, ook ons, stelt Hij voor de vraag naar zijn persoon. Koning Herodes die Johannes de Doper op een schandelijke manier had geofferd voor een meisje, dacht dat deze Johannes weer was verrezen toen hij hoorde over Jezus. Uit dit verhaal over de dood van Johannes de Doper blijkt duidelijk hoe moeilijk het is om met de waarheid over zijn eigen leven geconfronteerd te worden. Alle middelen zijn dan goed om het gezicht te redden.

Koning Herodes hoorde van Jezus, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia’, ‘en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’
Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’
Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’
Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’
Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen.
Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

Van Woord naar leven

Bij Paulus lezen we vandaag: ‘Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.’

Vele jaren terug was ik eens te gast bij de zusters van Moeder Theresa in Gent. Ik herinner me dat wanneer je van hen binnen door de voordeur naar buiten ging, dat daar boven de voordeur (langs de binnenkant dus) de tekst hing: ‘Jezus heeft net aangeklopt’. Toen we over die tekst met de zusters praatten, vertelden ze ons dat dit een werkelijke beleving van hen was. In ieder mens die langskwam trachtten zij de Heer te ontvangen die bij hen langskwam als een bedelaar naar liefde. De persoon die aanklopte beminnen was voor hen de Heer beminnen. Mystiek in de praktijk.

Stel, iemand belt bij ons aan en het is Jezus zelve… Wow… we zouden verschieten. Misschien kusten we wel zijn handen, of we vielen op onze knieën, of hadden geen woorden en enkel tranen uit ontroering. We zouden ons niet waardig weten Hem in onze woonst te ontvangen. De Martha’s onder ons zouden direct de beste koffie aanbieden, of om in de sfeer te blijven een trappist van West-Vleteren. Terwijl de koffie loopt zouden ze de Heer eventueel Kerk en Leven of Tertio kunnen geven als interessante lectuur, of ze zou Kerknet.be voor Hem kunnen openen op de pc. De Maria’s onder ons zouden aan de voeten van Jezus gaan neerzitten, en gewoon naar Hem kijken, naar Hem luisteren, Hem aanraken, zich door Hem laten aanraken.
Ja, moest Jezus langskomen… het zou wat zijn.

Maar laten we ons niet vergissen. In elke mens die langkomt is Jezus aanwezig. Meer: komt Hij zelf langs. En wat de reden van het bezoek van onze gast ook moge zijn: Jezus vraagt doorheen die mens om ontvangen te worden met de liefde waarmee God ons ontvangt. In de mens die langskomt vraagt de Heer bemind te worden, en wel met die liefde waarmee Hij ieder van ons bemint: niet veroordelend, naar het hart kijkend, mogelijke kwetsuren omhelzend, bereid de ander te dragen. Je gast (of Jezus) roept alzo het beste in ons naar boven, namelijk Gods liefde.

Moge we zo naar allen kijken die langskomen in onze huizen.
En laten we ‘onze huizen’ niet al te letterlijk nemen. Ook ons hart is in zeker zin ons huis, waar velen komen aankloppen in de loop van de dag. Dat gaat om onze partner, onze kinderen of kleinkinderen, medebroeders- of zusters, mensen op het werk, op straat, op de trein, bij de bakker. Ieder mens draagt immers diep in zichzelf het beeld van God die vraagt bemind te worden.

Moge onze huizen gastvrij zijn. Alsook onze harten. Mogen het haarden zijn vriendschap, van tederheid, van warme ontmoeting. Moge onze huizen en onze harten plaatsen zijn van innige liefde van en voor de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons, over heel uw Kerk, over ieder mensenkind. Maak ons hart gastvrij, vrij voor U in uw Zoon die doorheen zovele mensen doorheen heel de dag op zovele momenten langskomt. Mogen we U ontvangen als Degene die het meest edele
in ons naar boven haalt: de gave van het liefhebben. Mogen we ieder ontvangen zoals Gij ons ontvangt: enkel en alleen met liefde.
Kom heilige Geest. Amen.