Lezingen van de dag – vrijdag 8 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Johannes de Deo († 1550)

Johannes de Deo, (ook van God), Granada, Spanje; stichter & verpleger

Op zijn achtste jaar liep hij weg van huis, omdat hij iets van de wereld wilde zien. Hij verhuurde zich als geitenhoeder en werd soldaat. Ten hij na lange jaren weer thuis kwam, hoorde hij dat zijn moeder uit verdriet om hem gestorven was en dat zijn vader toen was ingetreden bij de franciscanen; ook hij was intussen gestorven. Sindsdien werd hij verteerd van wroeging en zocht rust voor zijn geweten. Hij trok naar Marokko om zich daar het lot van christenslaven te verzachten, en dreef vervolgens een religieus boekhandeltje in Gibraltar. Intussen was hij veertig geworden, toen hij door een preek van Johannes van Avila († 1569; feest 10 mei) zo werd geraakt, dat hij besloot zich uit liefde tot God te gaan bezighouden met de verpleging van zieken en hulpbehoevenden. Hij vestigde zich in Granada en was zo fanatiek in het naleven van zijn idealen dat hij door de burgerbevolking de bijnaan kreeg van ‘de gek’. Dat veranderde toen hij eens op zijn eentje alle zieken één voor één op zijn schouders uit een brandend hospitaal haalde. Stilaan kreeg hij medehelpers; daaruit groeide een Congregatie die zich inzette voor de zieken: de Congregatie van de Barmhartige Broeders. Hij stierf aan de gevolgen van een ernstige verkoudheid, die hij had opgelopen, toen hij een jongetje was nagesprongen, dat in de snelstromende rivier was gevallen en dreigde te verdrinken.

Hij werd in 1690 heilig verklaard.

Bron: Heiligen.net

 

vrijdag na Aswoensdag


Uit de profeet Jesaja 58, 1-9a

De profeet Jesaja reageert tegen elke vorm van veinzerij en boetepraktijken. Echt vasten is zichzelf bevrijden uit de boeien van zondigheid. Het is ook: bevrijding brengen aan medemensen. Dan alleen zal ons gebed verhoord worden.

Zo spreekt God de Heer:
‘Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.
Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat Ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid. “Waarom ziet U niet dat wij vasten, en merkt U niet op dat wij ons onthouden?” Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de Heer behaagt?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede.
Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: “Hier ben Ik.”‘
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 5+ 6a + 18 + 19

Refr.: Was mij schoon van alle schuld.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust.

Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-15

De leerlingen hadden Jezus in hun midden en waren verheugd om zijn aanwezigheid. Voor ons is boetvaardigheid ruimte scheppen voor de Heer, ingaan tegen onze zelfgenoegzaamheid.

Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.’

Van Woord naar leven

De profeet Jesaja windt er geen doekjes om. We lezen als woorden van God de Heer: “Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”

Mogen deze woorden voor zich spreken.

Ja, moge God gebeuren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,
geef dat deze veertigdagentijd een tijd mag zijn waarin wij groeien in U. Dat het van ons mensen mag maken die ten diepste beseffen dat de liefde het hoogste goed in ons leven. Dat de vrucht van ons vasten daarom liefde mag zijn: uw liefde. Leer ons oog en oor te hebben voor al die gelegenheden  waarin Gij doorheen Jezus tot ons komt, zeggende: ‘Ik heb dorst’.
Om deze genade bidden wij U, in Christus, onze Broer en Heer. Amen.