Lezingen van de dag – woensdag 10 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Maria-Magdalena van Canossa († 1835)

Maria-Magdalena (ook Maddalena) van Canossa, Italië; stichteres

Zij werd geboren op 1 of 2 maart 1774; daarover zijn de bronnen het niet eens. Zij was een dochter van de markies van Canossa, die in de Italiaanse stad Verona woonde. Als klein meisje trok zij eens de aandacht van Napoleon, die later beweerde dat ze hem aan engel deed denken. Maar het vervolg van haar geschiedenis is minder idyllisch. Ze was nog maar kind, toen haar vader stierf en haar moeder hertrouwde. Daar liet zij haar kinderen voor in de steek. Maria-Magdalena zag zich nu genoodzaakt voor het huishouden te zorgen. Op haar zeventiende probeerde ze tot tweemaal toe in te treden in de Carmel, maar beide keren liep het op niets uit.

Ondanks veel tegenwerking van de familie verliet ze in 1808 het ouderlijk paleis. Eerst werkte zij een paar jaar in de ziekenhuizen van Venetië. Vervolgens ging ze met een aantal gelijkgezinde vriendinnen wonen in de wijk San Zeno, een van de achterbuurten van de stad Verona. Daar besteedden de vrouwen hun zorgen vooral aan de verwaarloosde kinderen: ze gaven ze eten, drinken, onderdak en onderwijs. Dit was het begin van een nieuwe zustercongregatie: de Zusters van Liefde (Suore della Carità; ook wel naar de stichteres Canossianerinnen genoemd). De vrouwen die zich hierbij aansloten, hielden zich naast gebed vooral bezig met de opvang van arme meisjes. Ze gaven ze onderdak en godsdienstonderricht.

Ze ondervond steun van keizer Franz I van Oostenrijk (1768-1835), die haar zelfs enkele leegstaande kloostergebouwen ten geschenke deed, waar ze nieuwe vestigingen kon beginnen. Paus Leo XII († 1829) gaf op 23 december 1828 zijn officiële goedkeuring aan de Regel. Al tijdens haar leven verrezen er huizen in Venetië en andere steden van Italië. Nu zijn er over de hele wereld, zoals in China, India en Groot-Brittannië.

Ze werd in 1941 door paus Pius XII († 1958) zalig verklaard. Paus Johannes Paulus II verklaarde haar heilig op 2 oktober 1988.

Een van haar leerlingen, Augustina Pietrantoni († 1894; feest 12 november), is zalig verklaard.

Bron: Heiligen.net

 

woensdag in de 5e week van de vasten


Uit het boek Daniël 3, 14-20 + 24-25 + 28

Drie jonge mannen worden voor de keuze gesteld: voldoen aan de eis van de vreemde koning en een gouden afgodsbeeld aanbidden, of levend verbrand worden. Het boek Daniël stelt de kwestie zeer scherp voor zijn tijdsgenoten, die het moeilijk hebben om trouw te blijven. De God van Israël is sterker en machtiger dan elke aardse vorst.

In die dagen vroeg koning Nebukadnessar Sadrach, Mesach en Abednego: Is het waar dat jullie mijn goden niet vereren en niet willen neerknielen voor het gouden beeld dat ik heb opgericht? Luister goed, als jullie je bereid tonen om, zodra je de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op je knieën te vallen en in aanbidding te buigen voor het beeld dat ik gemaakt heb … Maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk in een brandende oven gegooid. En welke god zal jullie dan uit mijn handen kunnen redden?’
Sadrach, Mesach en Abednego zeiden hierop tegen de koning: ‘Wij vinden het niet nodig, Nebukadnessar, uw vraag te beantwoorden, want als de God die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal Hij ons redden. Maar ook al redt Hij ons niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren, noch zullen buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.’
Nebukadnessar werd razend, en met een van woede vertrokken gezicht keek hij Sadrach, Mesach en Abednego aan. Hij gaf opdracht de oven zevenmaal heter op te stoken dan men gewoonlijk deed. En hij beval enkele van de sterkste mannen uit zijn leger om Sadrach, Mesach en Abednego te knevelen en in de brandende oven te gooien.
Toen sloeg de schrik koning Nebukadnessar om het hart. Hij stond haastig op en zei tegen zijn raadsheren: ‘Wij hebben toch drie geknevelde mannen in het vuur gegooid?’ Zij antwoordden: ‘Zeker, majesteit.’ Hij vervolgde: ‘Maar ik zie vier mannen vrij rondlopen in het vuur. Ze zijn ongedeerd en de vierde lijkt op een godenzoon!’
Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: ‘Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben zich op Hem verlaten, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen.’

 

Toev. Dan. 1, 29-34

Refr.: U komt de lof toe in eeuwigheid.

Geprezen bent U, Heer, God van onze voorouders,
geloofd en verhoogd in eeuwigheid.

Geprezen is uw heilige en luisterrijke Naam,
geprezen, geloofd en verhoogd in eeuwigheid.

Geprezen bent U in uw heilige en luisterrijke tempel,
geprezen, bezongen en verheerlijkt in eeuwigheid.

Geprezen bent U, die afgronden peilt en op de cherubs troont,
geloofd en verhoogd in eeuwigheid.

Geprezen bent U op de troon van uw koninkrijk,
geprezen, bezongen en verhoogd in eeuwigheid.

Geprezen bent U in het hemelgewelf,
bezongen en verheerlijkt in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 8, 31-42

Het behoren tot het geslacht van Abraham geeft op zichzelf geen zekerheid de echte vrijheid te bezitten of te verwerven. Jezus’ woord brengt bevrijding. Als echte kinderen van Abraham zouden we in Jezus de gezondene van de Vader moeten erkennen.

In die dagen zei Jezus tot de Joden die in Hem geloofden: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’
Ze zeiden: ‘Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest – hoe kunt U dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?’
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat Ik zeg. Ik spreek over wat Ik gezien heb bij de Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.’
‘Onze vader is Abraham,’ zeiden ze.
Maar Jezus zei: ‘Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die Hij van God gehoord heeft, doden – zoiets heeft Abraham niet gedaan. Maar u doet inderdaad wat úw vader deed!’
Ze zeiden: ‘Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.’
‘Als God uw Vader was,’ zei Jezus tegen hen, ‘zou u mij liefhebben, want Ik ben bij God vandaan gekomen toen Ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar Hij heeft mij gezonden.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’

Christus is het mensgeworden woord van God. Dus niet enkel wat Hij zegt zijn zijn woorden, maar Hijzelf is het Woord. Overal waar Hij tot ons komt en tot ons spreekt, openbaart zich de waarheid die ons ten diepste zal vrij maken. Echte leerlingen van Jezus zijn zij die bij dit Woord blijven, bij de Heer dus.

Dikwijls zijn we onvrij omdat we niet bij Christus blijven. We laten Hem wel toe, maar als we eerlijk zijn weten we dat er domeinen zijn in ons leven waarvan we liever hebben dat Hij zich niet moeit; de duistere plekjes waar we het hier gisteren over hadden.

Konden we maar de diepe zuivere vreugde bevroeden die we in ons zouden dragen moesten we ten volle in Christus leven, los van elke vorm van kwaad. We zouden zo’n mooie en krachtdadige instrumenten zijn van Gods werkzaamheid; instrumenten die Kerk en samenleving ten diepste vorm zouden geven; plaatsen waar God in al zijn grootsheid belichaamd zou worden.

Kom, laat ons christen zijn; samen.

Laat ons de lente in de Kerk diep omarmen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Vader,
trek ons,
doorheen Christus,
in de gloed van uw Liefde,
opdat ieder U mag ontmoeten
door het beleven
van uw liefde.
In Christus,
onze Heer
en Broer.
Amen.