Lezingen van de dag – woensdag 14 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Albericus van Utrecht († 784)

Albericus (ook Albricus) van Utrecht osb, Nederland; 4e bisschop

Volgens de een zou hij afkomstig zijn uit de Engelse plaats York; anderen houden vol, dat hij van Frankische adel was en als hoveling verbleef aan het hof van Karel de Grote (†814). Hoe dan ook, op een goed moment trad hij in bij de benedictijnen en stond aan het hoofd van het St-Martinusklooster in Keulen. In 777 werd hij in Keulen tot bisschop van Utrecht gewijd, als opvolger van zijn oom Sint Gregorius († ca 775). Dat de wijding in Keulen gebeurde, mag ons verbazen. Op dat moment was Keulen nog geen aartsbisdom. En enkele jaren tevoren had Bonifatius († 754) ervoor gevochten om Utrecht uit de invloedssfeer van Keulen te houden.

Albericus was het die naast andere priesters Sint Ludger († 809) erop uit stuurde: eerst naar Deventer om daar zowel het werk als de kerk van Lebuïnus († ca 780) weer op te bouwen, en vervolgens naar de Groninger gouwen, waar Bonifatius zo’n dertig jaar eerder was vermoord. Hij was een vriend van Karel de Grote’s leermeester en raadsman, de monnik Alcuinus († 804).

Volgens de legende zou Karel de Grote eens zijn bisdom hebben behoed voor de ondergang. Als tegenprestatie beloofde Albericus voor hem een slot te bouwen. In een paar weken was het werk geklaard. Hij voorspelde Karel, dat het slot even veel jaren zou standhouden, als de bouw ervan dagen had geduurd. Dat zou de verklaring zijn van de bouw en verwoesting van het Valkhof te Nijmegen.

Albericus stierf in 784, het jaar waarin Ludger vanuit Dokkum moest vluchten voor de gewelddadige opstand van de toen nog niet bekeerde Sakser Widukind († ca 807). Men is niet zeker van Albericus’ sterfdag: gegeven worden 14 november en 21 augustus. Hij zou begraven zijn in de St-Salvatorkerk te Utrecht. Thans wordt algemeen aangenomen, dat zijn stoffelijk overschot in de kloosterkerk van Susteren terecht is gekomen.

Bron: Heiligen.net

woensdag in week 32 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan Titus 3, 1-7

De liefde van God voor de mens is verschenen in de mensgeworden Christus. Diezelfde liefde maakt ons door de doop in de heilige Geest tot nieuwe mensen, tot erfgenamen van het eeuwig leven.

Dierbare, herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen, dat ze van niemand mogen kwaadspreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen.
Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, die Hij door Jezus Christus, onze redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten.
Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.

 

Psalm 23, 1-6

Refr.: De Heer leidt mij langs veilige paden.

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden.
Hij voert mij naar vredig water,
Hij geeft mij nieuwe kracht.
Hij leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn Naam.

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 11-19

De tien melaatsen zien in Jezus een mogelijkheid om te genezen. Uitgestoten uit de maatschappij moesten ze bij hun genezing zich melden bij de priesters. Jezus stuurt hen er heen. Ze geloofden en werden genezen. Slechts één kwam Hem bedanken. Een aansporing voor ons steeds dankbaar te zijn.

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen Hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’
Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.
Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om Hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

Van Woord naar leven

Alle tien werden door Jezus gereinigd. Slechts één kwam terug om God eer te bewijzen, om Hem te danken.

Jezus weet heel goed, meer dan wij dat van onszelf weten, hoezeer wij genezing nodig hebben. Allen dragen we immers dingen in ons die – door welke oorzaak ook – onze relatie met Hem, en dus met de liefde, in de weg staan.
Op velerlei wijze raakt Hij ons dan ook aan om ons te genezen. Soms zijn we ons bewust van deze aanrakingen, soms ook niet.

Wie z’n leven aandachtig overschouwt zal zeker van die momenten, of dingen, kunnen aanwijzen waarin of waardoor de Heer hem heeft aangeraakt, waarin Jezus genezend aanwezig was: een innerlijk verlangen naar gebed, een biechtervaring, een goed gesprek, een kunstwerk waarin je Gods hand zag, een verwondering over de schoonheid van een wolk, een gebeuren van verzoening, een knuffel van je kind, een bedelaar aan de deur van de kerk, een lezing uit de Schrift, een inzicht je leven te wijzigen, een kus van je echtgenoot, een muziekstuk dat je hart beroerd heeft, een boek dat je greep, een film die je diep aanraakte,…
In al die aanrakingen geneest Hij, heelt Hij, reinigt Hij. Het zijn stuk voor stuk momenten van genade; momenten en zaken om U tegen te zeggen…

Op een even reële wijze dan dat Jezus de tien melaatsen uit het evangelie van vandaag aanraakte, heeft Hij ook ons aangeraakt tijdens die momenten van genade. Op dezelfde wijze was Hij genezend aanwezig, helend en reinigend.

Vraag is of we tot die ene gereinigde behoren die dankbaar was, of tot de negen anderen die het schijnbaar niet nodig vonden dankbaar te zijn.

Dankbaarheid jegens God is de ziel van ons geloof. Het is een lied van vrede. Het maakt ons hart tot een tuin van Eden waarin we naakt voor Hem kunnen staan; van Hem drinkend, in Hem levend.

Laten we dankbaar in het leven staan; dankbaar jegens God, en aub ook naar elkaar. Moge de dankbaarheid de stuwing van onze innerlijke vreugde zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
in uw barmhartigheid hebt Gij aan ieder van ons al zoveel geschonken. Ontelbare malen hebt Gij ons aangeraakt met uw Liefde. Veel te weinig hebben wij U daarvoor bedankt, en leefden wij rustig verder alsof uw goedheid de grootste vanzelfsprekendheid is. Geef ons een dankbaar hart dat U in alle omstandigheden een stille lof toezingt; biddend,  zonder ophouden.
Kom heilige Geest. Amen.