Lezingen van de dag – woensdag 17 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Robertus van La Chaise Dieu († ca 1067)

Robertus van La Chaise Dieu osb, Frankrijk; abt

Robertus van Turlande kwam uit de Franse landstreek Auvergne. Zijn vader heette Giraldus, zijn moeder Raingardis. Reeds de omstandigheden waaronder hij geboren werd gaven te kennen wat voor leven hij later zou gaan leiden. Want toen zijn moeder van hem in verwachting was, was zij op reis naar een verre stad. Onderweg kwam het moment dat het kind geboren moest worden. Zo kwam het ter wereld midden in de eenzaamheid. Dat is veelzeggend voor iemand die later zijn leven in de eenzaamheid zou doorbrengen. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen, kreeg hij een min toegewezen. Maar de pasgeboren baby wilde niet drinken van de hem voorgehouden borst; niet omdat hij de melk niet lekker vond, want bij zijn moeder dronk hij wel, maar omdat een vreemde borst zondig was. Dat kind wist dat natuurlijk nog niet, maar God maakte dat duidelijk door de gedragingen van het kind.

De jongen groeide op bij de St-Julianuskerk te Brioude. Hij maakte ernst met de kerkelijke studies, doorliep de gewone fasen van een geestelijke in opleiding, in welke tijd hij ook nog een gasthuis voor bedelaars stichtte, en werd uiteindelijk priester gewijd. Hij voelde zich aangetrokken tot het godgewijde leven en trad in in het klooster van Cluny, waar toen een belangrijke vernieuwingsbeweging aan de gang was onder leiding van de grote abt Odilo. Na enige tijd wist hij voor zichzelf zeker dat daar zijn definitieve roeping niet lag. Hij ondernam een pelgrimsreis naar Rome om door bemiddeling van de apostelen Petrus en Paulus God om uitkomst te vragen.

Na terugkomst ging hij op zoek naar een geschikte eenzame plek om zich als kluizenaar te kunnen vestigen. In die tijd voegde zich een gewezen soldaat bij hem. Die had spijt over al de zonden die hij in zijn soldatentijd had begaan en wilde zich geheel aan God wijden (zie afb.). Hij heette Stefanus. Terwijl zij beiden verder zochten, kwam er nog een soldaat bij: Dalmatius. Ze vonden een goede plek tussen de dorens en de distels en vestigden zich daar. Daartoe moest hun de grond geschonken worden. Die was in bezit van twee kanunniken: Rostaguus en Arbertus: de laatste was bovendien een abt. Met dat zij de schenking deden sloten zij zich ook bij Robertus aan. Uit die plek zou later het klooster ‘Casa-Dei’ groeien (= ‘Huis van God’ in het Frans verbasterd tot ‘La Chaise Dieu’). Nog tijdens Robertus’ leven telde het 300 monniken.

Intussen gebeurden er rond Robertus allerlei wonderen. Hij genas zieken, hield door middel van zijn gebed een waterloop tegen, liet doven horen, stommen spreken, lammen lopen en dreef allerlei duivels uit. Tevoren gaf hij aan zijn monniken te kennen op welk moment hij zou sterven. Toen het zover was, sterkte hij hun in hun religieus leven en gaf de geest.

Hij werd begraven in de kloosterkerk. Ook na zijn dood gebeurden er talloze wonderen.

Bron: Heiligen.net

 

woensdag in de Goede Week


Uit de profeet Jesaja 50, 4-9a

Het derde lied van de ‘Dienaar van Jahwe’ bezingt de volharding die deze als ijverige leerling put in de steun van Jahwe. Hij mag Gods woorden vertolken, omdat hij geluisterd heeft naar de Heer. Veel moeilijkheden zal hij ondervinden. Trouw zal hij blijven. De Heer is zijn helper.

God, de Heer, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
God, de Heer, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd.
Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars,
wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
God, de Heer, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
Hij die mij recht verschaft is nabij. Wie durft tegen mij een geding aan te spannen? Laten we samen voor het gerecht verschijnen. Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat hij mij tegemoet treden.
God, de Heer, zal mij helpen – wie zal mij dan veroordelen?

 

Psalm 69, 8 + 9 + 10 + 21bcd-22 + 31 + 33 + 34

Refr.: Nu is het de tijd van genade.

Om U moet ik smaad verduren
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.

De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie U smaadt, is op mij neergekomen.
Ik hoopte op mededogen – vergeefs;
op troost – die ik niet vond.

Nee, ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
De Naam van God wil ik loven met een lied,
zijn grootheid met een lofzang prijzen.

De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun hart zal opleven.
Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 26, 14-25

Men is vaak het meest ontgoocheld in zijn beste vrienden. Judas pleegt verraad aan zijn vriendschap met Jezus. De andere leerlingen zijn er zich zeer goed van bewust dat ook zij nog geen echte volgelingen van Jezus zijn. ‘Ik toch niet, Heer?’, vraagt elk van hen. Jezus kiest voor de trouw aan de wil van zijn Vader.

Eén van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, ging naar de hogepriesters en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik Hem aan u uitlever?’
Ze betaalden hem dertig zilverstukken.
Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om Hem uit te leveren.
Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen treffen zodat U het pesachmaal kunt eten?’
Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil Ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”’
De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.
Toen de avond was gevallen, lag Hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd.
Onder het eten zei Hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’
Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’
Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’
Toen zei Judas, die Hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’
Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’

Van Woord naar leven

Op een van de grootste momenten uit de geschiedenis, daar waar Jezus zichzelf zal schenken in brood en wijn, is het kwaad op z’n sterkst aanwezig. De Heer, en de duivel in Judas… samen aan dezelfde tafel. De Heer, een en al liefde… en Judas, bezeten van zijn boze bedoelingen.

Waar christelijke liefde is, is de duivel nooit ver af. Dat deze laatste mee aan tafel zit, dwingt ons steeds op de hoede te zijn en de houding van innerlijke onthechting aan te nemen.

Naar woorden van Adrienne von Speyr

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
trek ons in uw liefde, steeds meer, steeds dieper, steeds intiemer. Schenk ons tegelijkertijd een waakzaam hart, want het kwade ligt steeds op de loer,  zeker wanneer wij ons aan U schenken.
Kom, Heer Jezus, kom. Amen.