Lezingen van de dag – woensdag 20 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Parma (+ 1289)

Johannes van Parma (ook Buralli), Camerino, Italië; professor theologie & pelgrim

Hij werd in 1209 geboren in Parma. Trad op zijn twintigste toe tot de Minoriten, een franciscaanse tak. Studeerde aan de universiteit van Parijs, trad op als docent en predikant in Bologna en Napels, woonde in 1245 het concilie bij van Lyon, keerde als docent terug naar de universiteit van Parijs. Hij stond in hoog aanzien als professor in de logica, predikant en zanger.

In 1247 werd hij gekozen tot algemeen overste van zijn orde en probeerde waar nodig de goede geest in de kloostergemeenschappen te herstellen. Hij was een eenvoudig man. Al zijn reizen maakte hij te voet. Zelfs toen hij als pauselijk gezant naar Constantinopel werd gestuurd, weigerde hij gebruik te maken van een rijdier. In 1257 maakte hij plaats voor Bonaventura († 1274; feest 15 juli) en trok zich terug om het leven van een kluizenaar te leiden. Daaraan besteedde hij de laatste dertig jaren van zijn leven.

Juist vertrokken voor een pelgrimstocht naar het Heilig Land stierf hij te Camerino.

Het was paus Pius VI († 1799) die hem zalig verklaarde.

Bron: Heiligen.net

 

woensdag in de 2e week van de vasten


Uit de profeet Jeremia 18, 18-20

De profeet Jeremia voelt zich bedreigd door zijn eigen volksgenoten. De gelovige Israëlieten erkennen in hem de toekomstige Messias, die ook zal te lijden hebben van mensen uit eigen omgeving. De klacht die hij uitspreekt is een gelovig gebed vol vertrouwen op een betere toekomst.

Die het gemunt hadden op het leven van de profeet zeiden: “Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.”
Heer, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders. Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven – en dat terwijl ik voor U stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden.

 

Psalm 31, 5 + 6 + 14 + 15 + 16

Refr.: Red mij, Heer, door uw genade.

Het net dat de mensen mij heimelijk spannen
ontkom ik door U die mij altijd beschermt.
In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.

Ik hoor de mensen over mij fluisteren,
van alle kanten dreigt gevaar.
Ze steken de hoofden bijeen
en smeden plannen om mij te doden.

Maar ik vertrouw op U, Heer,
ik zeg: U bent mijn God,
in uw hand liggen mijn lot en mijn leven,
bevrijd mij uit de greep
van mijn vijanden en vervolgers.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 20, 17-28

Jezus spreekt klare taal tot zijn apostelen als Hij het over zijn eigen toekomst heeft. Hij zal de beker drinken, Hij zal gekruisigd worden. Maar de derde dag zal Hij verrijzen. Dat is ook de weg van zijn volgelingen. Wie onder hen groot wil zijn zal de minste moeten zijn, zoals de Mensenzoon.

Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen:
‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met Hem zullen drijven en Hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Hij worden opgewekt uit de dood.’
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar Hem toe. Ze viel voor Hem neer om Hem een gunst te vragen.
Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’
Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast U mogen zitten, de een rechts van U en de ander links.’
Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die Ik zal moeten drinken?’
‘Ja, dat kunnen wij’ , antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’
Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers.
Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn, zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Van Woord naar leven

Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met Hem zullen drijven en Hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Hij worden opgewekt uit de dood.’

Was het nu echt niet mogelijk dat dat Pasen kon gebeuren zonder die Goede Vrijdag?
Moest dat lijden nu echt?

Jezus had kunnen weglopen, vluchten zeg maar, gewoon verdwijnen in het niets. Een andere mogelijkheid was dat Hij gewapenderhand ten strijde trok, en zijn leerlingen daartoe opriep.
Nee, niets van dat. Hij moest en wou de weg van de liefde en de geweldloosheid ten einde toe gaan met een trouw om U tegen te zeggen.

Met die trouw aan de Vader, en dus aan zijn zending, was Hij door zijn kruisweg en kruisdood ook ten diepste trouw aan de mens. Zijn lijden en sterven spreekt van een solidariteit die enkel Hij bieden kon. In zijn lijden daalde Hij af in elk menselijk leed. Het geknakte riet (welke reden dat geknakt zijn ook had) was Hij nabij. Op het kruis toonde Hij zijn liefde voor het gebrokene in de mens, zowel het lijden dat mensen moesten dragen als gevolg van het onrecht, alsook het lijden van de zondaar die door zijn nee-woord zich vervreemd had van zijn Schepper. Deze beide vormen van lijden nam de Heer op in zijn eigen lijden van de kruisweg en zijn sterven.
Wat een Liefde !

Deze weg werd een poort naar Pasen. Elk menselijk lijden droeg Hij in zich op zijn weg naar de Opstanding. Door het Pasen werd de mens herschapen tot een nieuwe Adam en een nieuwe Eva.

De kruisdood van Jezus is een gebeuren uit de geschiedenis. Anderzijds blijft de liefde die Hij getoond heeft, en gegaan is, actueel. In elk leed van de mens komt en is de Heer aanwezig met dezelfde liefde waarmee Hij in de tijd zijn kruis heeft gedragen en is gestorven. Met dit verschil dat wij de paasgenade reeds in ons mogen en kunnen dragen, wanneer we er ons hart en ons hele zijn voor openen.

Ik heb het gevoel dat elk woord dat ik hier stotterig neerschrijf onnoemelijk veel tekort doet aan de werkelijkheid. Wie is in staat de liefde van de Heer te verwoorden. Ik alvast niet.

Laten we samen in diepe dankbaarheid, in ware aanbidding, met ons hart kijken naar Jezus op het kruis, om waardige dragers te zijn van zijn paasgenade.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
knielend voor,
en kijkend naar U,
willen we van U ontvangen.
Mogen wij in U opstaan.
Voor de mensheid.
Amen.