Lezingen van de dag – woensdag 23 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Salamanis van de Eufraat († ca 400)

Salamanis (ook Salamanes) van de Eufraat (ook Silentiarius of de Zwijgzame), Mesopotamië

Zijn leven was één onafgebroken stilte om zo in contact met God te komen. Slechts één keer per jaar kwam hij zijn huisje uit om eten te kopen voor de rest van dat jaar. Ook toen de bisschop zich met geweld toegang verschafte tot zijn woning, met de bedoeling hem priester te wijden, bleef hij zwijgen; de bisschop ging onverrichter zake weer weg.
Tenslotte wordt verteld dat de bewoners van een naburig dorp hem in hun midden wilden hebben, als teken van Gods aanwezigheid. Toen hij ook daar niet op in ging, braken ze om hem heen zijn hele huis af, vervoerden hem naar hun dorp, en bouwden om hem heen weer een huisje op. Al die tijd bleef Salamanis in zijn stilte verzonken en zette zijn levenswijze onverminderd voort.

Bron: Heiligen.net

 

woensdag in week 23 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 7, 1-3 + 15-17

De figuur van Melchisedek, die noch menselijke oorsprong noch menselijke opvolging kende, stond in de Joodse traditie zelfs hoger dan Abraham. Zijn priesterschap was niet te vergelijken met dat van Aaron. Het is dan ook te begrijpen dat de schrijver van deze brief Christus’ priesterschap vergelijkt met dat van Melchisedek.

Broeders en zusters,
Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem, waarna Abraham hem een tiende van alle buit gaf. Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’, en verder is hij ook koning van Salem, dat is ‘koning van de vrede’.
Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God; Hij is priester voor altijd.
Nog duidelijker wordt het als we ons realiseren dat deze nieuwe priester, het evenbeeld van Melchisedek, geen priester geworden is op grond van de in de wet vereiste menselijke afstamming, maar door de kracht van zijn onvergankelijk leven. Over Hem wordt immers verklaard: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’

 

Psalm 110, 1-4

Refr.: Je bent priester voor eeuwig, als Melchisedek.

De Heer spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden
een bank voor je voeten.’

Uit Sion reikt de Heer u
de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.

Uw volk staat klaar
op de dag dat u ten strijde trekt.
Op de heilige bergen,
uit de schoot van de dageraad,
komt tot u de dauw van uw jeugd.

De Heer heeft gezworen,
en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’

 

Uit het evangelie volgens Marcus 3, 1-6

De Joodse sabbatwet was tot in de kleinste details streng uitgewerkt. Door op de sabbat te genezen wil Jezus laten zien dat het Hem op de eerste plaats gaat om de mens, om de liefde. Niet de uiterlijke daad is de eerste norm van goed of kwaad, maar wel de innerlijke gesteltenis waaruit zij voorkomt.

Weer ging Jezus naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand.
Ze letten op Hem om te zien of hij die op sabbat zou genezen, zodat ze Hem zouden kunnen aanklagen.
Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’
Aan de anderen vroeg Hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen.
Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei Hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’
Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
De Farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze Hem uit de weg zouden kunnen ruimen.

Van Woord naar leven

Jezus zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’

Hoeveel mensen lopen er vandaag niet rond met een verschrompelde hand, met een verschrompeld hart… Velen, zeer velen. En misschien horen we er zelf ook wel bij.

Zijn we bereid om net als Jezus, en vanuit Jezus, tot hen te zeggen: ‘Kom, kom in het midden staan. Je bent niet uitgesloten, je hoort erbij, ik vind je de moeite waard, voor mij ben je mijn broeder-zuster,…’ Daarom niet met woorden, maar door je blik, je gebaren, door je wijze van zijn.

Al te vaak komen de verschrompelden over als ‘lastige’ medemensen, terwijl ze in zekere zin de Heer belichamen die zegt: ‘Ik heb dorst’.

Laten we naar hen toe gaan; niet als meerderen, maar als broeders en zusters, als één van hen, om samen met hen de Heer te ontmoeten en te verheerlijken in ons samenzijn waarin Hijzelf ons gebracht heeft.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
dat wij uw handen mogen zijn
die zich uitstrekken
naar al wat arm en broos is.
Mogen wij met U zeggen:
‘Kom… kom in het midden staan’.
Maak ons zo tot een warme Kerk,
waarvan Gij het levend hart zijt.
Tot in lengte van dagen.
Amen.