Lezingen van de dag – zaterdag 1 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Edmund Campion († 1581)

Edmund Campion sj, Tyburn, Londen; priester & martelaar

Edmund Campion was op 25 juni 1540 te Londen geboren. Zijn ouders, van huis uit katholiek, waren overgegaan tot de anglicaanse kerk. Vandaar dat de jonge Edmund in Christ’s Hospital zijn opleiding kreeg. Hij was het die in 1553 als dertienjarig studentje een welkomstwoord mocht voorlezen bij het bezoek van koningin Mary Tudor.

Hij verhuisde naar Oxford om er te studeren aan St-John’s College. Na voltooiing van zijn studies bleef hij aan het college verbonden als docent. Zijn voorlezingen waren zo populair dat zijn studenten zich zelfs Campionisten gingen noemen. Toen de stichter en weldoener van het college, Sir Thomas White, in 1564 overleed, viel hem, de pas vierentwintigjarige Campion, de hoge eer te beurt de lijkrede te mogen uitspreken. Twee jaar later, 3 september 1566, bracht koningin Elizabeth een bezoek aan het College. Weer was hij het die de welkomstrede hield, in sierlijk Latijn. Het maakte zoveel indruk op de majesteit en haar gevolg, onder wie de Earl of Leicester, dat zij hem uitnodigde in haar dienst te treden. Wie zou toen ooit vermoed kunnen hebben dat dezelfde Edmund Campion vijftien jaar later nog eens voor hen zou staan, maar dan als katholiek priester, jezuïet nog wel, verdacht van hoogverraad?

En wie zou op 25 juni 1580 vermoed hebben dat de marskramer in sieraden, Mr Edmunds geheten, die zojuist vanuit Frankrijk in Dover aan land gestapt was, en die nauwkeurig door douanebeambten was ondervraagd, omdat het gerucht ging dat katholieke priesters clandestien het land probeerden binnen te komen, en wiens bagage aan een uiterst zorgvuldig onderzoek onderworpen was, zonder dat men ook maar iets verdachts had kunnen vinden… Wie zou gedacht hebben dat het hier wel degelijk ging om diezelfde Edmund Campion, die intussen jezuïetenpriester was geworden en nu naar zijn vaderland terugkeerde om te preken en sacramenten toe te dienen onder de veel geplaagde katholieken…?

En dat, terwijl hij in 1566, het jaar van zijn Latijnse welkomstspeech, de Oath of Supremacy had afgelegd (de eed waarmee men de koning(in) van Engeland erkent als hoofd van de kerk). Twee jaar later was hij diaken gewijd in de anglicaanse kerk. Maar het waren juist de theologische studies geweest die hem aan het twijfelen hadden gebracht. Lezend in de kerkvaders en de grote theologen van het verleden, kwam hij tot de conclusie dat de katholieke kerk het ware geloof bewaarde. Hij besloot zijn hart te volgen. Maar omdat katholieken in Engeland verboden waren, week hij in augustus 1569 uit naar de Ierse hoofdstad Dublin. Na een verblijf van bijna drie jaar, kwam hij tot de slotsom dat het katholieke klimaat daar hem niet beviel. Hij keerde terug naar Engeland. Dus toch maar liever de anglicaanse kerk?

Eenmaal terug in zijn vaderland werd hij weer bevestigd in zijn gevoelen: liever katholiek dan anglicaans. Hij vertrok naar het vasteland waar in de Noord-Franse plaats Douai sinds kort een opleidingshuis was geopend voor priesters die clandestien in Engeland wilden gaan werken. Hier werd hij katholiek, besloot met succes zijn studies en vertrok in januari 1573 naar Rome om toelating tot de jezuïetenorde te vragen. Deze verkreeg hij in mei van datzelfde jaar. Omdat de jezuïeten geen Engelse provincie kenden, werd hij naar Praag en Brno gestuurd om er zijn noviciaat te beginnen.

Na zijn studies begon hij les te geven op het Praags college. Al gauw was hij de beroemdste docent van de stad. Hij schreef en regisseerde toneelstukken voor zijn leerlingen in het kader van het beroemde jezuïetentoneel. In 1580 werd hij bij pater Generaal in Rome ontboden. Deze had besloten missionarissen te zenden naar Engeland. Hij, Edmund Campion, behoorde tot de eerste lichting, tezamen met pater Robert Persons en broeder Ralph Emerson. Op 18 april van datzelfde jaar vertrokken ze naar St-Omer waar ze zich bij andere katholieke geestelijken voegden die zich voorbereidden op een overtocht naar Engeland. Maar al gauw werd bekend dat de Engelse douane extra scherp surveilleerde omdat ze getipt was. Men verspreidde zich. Zo vertrok pater Persons half juni naar de overkant, pater Campion en broeder Emerson volgden negen dagen later.

Onmiddellijk na aankomst in zijn vaderland schreef Pater Campion een pamflet dat bekend is geworden onder de titel Campion’s Brag (‘Campions bluf’). Hij zette erin uiteen dat hij met zijn komst naar Engeland geen politieke, maar religieuze bedoelingen had. Dit voor het geval hij ooit zou worden gearresteerd en beschuldigd zou worden van politieke machinaties. Van dit pamflet alleen al ging een geweldig bemoedigende werking uit onder de Engelse katholieken. Een jaar later, mei 1581 schreef hij een ander boekje: Decem Rationes (‘Tien Redenen’ om een openbaar dispuut aan te gaan met anglicaanse theologen). Het boekje vond gretig aftrek onder professoren en studenten van de universiteit van Oxford.

Maar in juli van datzelfde jaar was het raak. Bij een huiszoeking door getipte priesterjagers werd hij ontdekt en triomfantelijk naar Londen overgebracht. Na enkele dagen gevangenschap in een cel waarin hij niet languit kon liggen of staan, werd hij voorgeleid aan de koningin en de Earl of Leicester. Hebben ze teruggedacht aan vijftien jaar geleden? In ieder geval probeerden ze hem over te halen terug te keren tot de anglicaanse kerk; een glanzende carrière zou zijn deel zijn. Maar Edmund antwoordde simpelweg dat hij liever een katholiek martelaar was dan een anglicaanse bisschop. Teruggebracht naar zijn cel, werd hij een paar dagen later onderworpen aan de folteringen van de pijnbank. Daarna waren zijn tegenstanders best bereid aan zijn tien redenen voor een goed gesprek met anglicaanse theologen tegemoet te komen. Er werden vier cessies gehouden waarin pater Campion onverkort vasthield aan het katholiek geloof en de anderen ervan probeerde te overtuigen dat ze zich op een dwaalweg bevonden. Tevergeefs natuurlijk.

Op 14 november werd zijn rechtszaak geopend in Westminster Hall. Tezamen met zeven andere priesters werd hij ervan beschuldigd te hebben samengezworen tegen de koningin; hij zou in Rome en Reims een eed hebben afgelegd om een aanslag op de koningin te beramen en uit te voeren. Toen hem werd gevraagd met opgeheven hand te zweren dat hij de waarheid zou spreken, was hij zelfs niet meer in staat zijn hand omhoog te krijgen. Een van de andere beschuldigde priesters schoot hem te hulp en hield zijn hand op. Later fluisterde hij dat er geen nagels meer zaten op de vingers van pater Campion… Alle verdachten werden schuldig verklaard en ter dood veroordeeld. Ter plekke hebben ze toen de hymne Te Deum gezongen (‘U God loven wij’).

Op 1 december werd hij – tegelijk met de zojuist jezuïet geworden Alexander Briant en de wereldheer Ralph Sherwin – uit zijn cel gehaald en overgebracht naar de beruchte Tyburngevangenis. Een van de ambtenaren vroeg hem zijn misdaad te bekennen. Pater Campion reageerde: ‘Ik ben een katholiek priester. In die geloofsovertuiging heb ik geleefd en ben ik bereid te sterven. Als u vindt dat mijn godsdienst gelijkstaat met verraad, dan ben ik inderdaad schuldig. Maar aan enig ander verraad heb ik mij nooit schuldig gemaakt. God is mijn getuige.’ Hij werd gehangen, onthoofd en gevierendeeld.

Tegelijk met Alexander Briant en Ralph Sherwin werd hij op 29 december 1886 door paus Leo XIII († 1903) zalig verklaard, de heiligverklaring door paus Paulus VI († 1978) vond plaats op 25 oktober 1970.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in de laatste week
van het liturgisch jaar


Uit het boek Apocalyps 22, 1-7

Johannes beschrijft de stad van God met beelden uit het scheppingsverhaal: het water, de levensboom, en God de Heer die het licht uitstraalt. Door het optreden van het Lam wordt de wereld herschapen tot een nieuw verblijf van God onder de mensen.

De engel toonde mij, Johannes, met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het Lam.
In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing.
Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het Lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren en Hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd.
Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.
Toen zei hij tegen mij: ‘Wat hier gezegd is, is betrouwbaar en waar. De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.’
‘Ik kom spoedig!’ Gelukkig is wie zich houdt aan de profetie van dit boek.

 

Psalm 95, 1-7

Refr.: Maranatha! Kom, Heer Jezus !

Kom, laten wij jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.

Laten wij Hem naderen met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.

De Heer is een machtige God,
een machtige koning, boven alle goden verheven.

Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren Hem toe.

Van Hem is de zee, door Hem gemaakt,
en ook het droge, door zijn handen gevormd.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.

Ja, Hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 34-36

Jezus’ woorden over de eindtijd zijn een oproep tot voortdurende waakzaamheid om ‘stand te houden wanneer wij voor de Menszoon zullen verschijnen’, om oog te hebben voor zijn nabijheid midden onder ons.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.
Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’

Van Woord naar leven

Waak en bid. Heel vaak worden deze woorden in één adem genoemd. En terecht. Waakzaamheid en gebed hebben in wezen diep met elkaar te maken.
In het gebed ontmoeten we immers de Heer die ons geweten vormt. Dit geweten is de plaats waar wij keuzes maken; grote levenskeuzes, maar ook de vele kleine keuzes doorheen de dag.

Wie niet waakt over zijn door Christus gevormd geweten, zal niet enkel langzaam maar zeker gewetensdoof worden, maar geruisloos zal hij zich verwijderen van Christus, met alle gevolgen van dien.

Echte waakzaamheid is in wezen een voortdurende alertheid voor de stem van Christus in ons geweten. Leven vanuit deze waakzaamheid zal ons in Christus houden, zodat de keuzes die we maken vanuit Hem zullen gebeuren; door Hem gezegend, met zijn genade vervuld.

En morgen begint, zoals je weet, de advent. Een heerlijke tijd. Een tijd van verlangen en verwachting, een tijd van dragen en baren.
Ik kijk er naar uit. Ik hoop u ook. Laten we het samen doen, als één gemeenschap in Christus.
Laten we ons biddend geven aan de genade van het verlangen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de genade van diepe waakzaamheid; liefde voor uw inwoning in ons. Wil doorheen de stilte van het gebed ons in U opnemen, opdat wij onopvallend en klein dragers en uitdragers mogen worden van uw Vrede, uitdragers van U.
Amen.