Lezingen van de dag – zaterdag 10 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Leo de Grote, paus († 461)

Leo Paus I (ook Lié), bijgenaamd ‘de Grote’, Rome, Italië; paus & kerkleraar; † 461

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit Toscane. Op jonge leeftijd trok hij naar Rome om de kerk te dienen en was aartsdiaken onder de pausen Celestinus I († 432; feest 6 april) en Sixtus III († 440; feest 28 maart). Na diens dood in 440 werd hijzelf tot bisschop van Rome (= paus) gekozen; zijn aantreden staat gedateerd op 29 september. Hij was vooral actief in het bestrijden van ketterijen, zoals de Pelagianen, Manicheeërs, Nestorianen en nog anderen.
In die tijd schreef hij aan zijn collega van Constantinopel, Flavius († 449; feest 17 februari), zijn beroemde brief over de vraag hoe begrepen moest worden dat Christus zowel een goddelijke als een menselijke natuur had. Dit document werd een mijlpaal in de dogmageschiedenis. Het werd op het belangrijke Concilie van Chalcedon van 451 uitgeroepen tot de officiële leer van de kerk op dit punt.
Op alle mogelijke manieren toonde hij zich een herder voor zijn kudde. Beroemd is zijn ontmoeting in 452 met de Hun Attila bij Mantua. Deze was op weg om de stad Rome te veroveren, maar Leo smeekte hem de stad ongemoeid te laten. Ze sloten vrede en Attila trok inderdaad weg…
Maar toen drie jaar later de Vandalen onder leiding van Genserik (of Geiserik) voor de stad verschenen, was het hem niet vergund zijn diplomatieke kunststuk te herhalen: de stad werd geplunderd. Toch wist Leo bij de opperbevelhebber te bereiken dat toch minstens de mensenlevens werden gespaard en de stad niet in brand zou worden gestoken.

Hij ligt begraven in de St-Pieterskerk te Rome onder het altaar dat aan hem is toegewijd. In 1754 werd hij uitgeroepen tot kerkleraar.
Hij wordt afgebeeld als paus (met driekroon of tiara en pauskruis), vaak met bijbel en/of draak bij zich (symbool van het kwaad der ketterijen).

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 31 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 4, 10-19

Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.

Broeders en zusters,
de Heer heeft mij veel vreugde gegeven nu u eindelijk uw zorg voor mij hebt kunnen tonen. U dacht altijd al aan mij, maar vond niet de gelegenheid het te laten zien. Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.
Toch hebt u er goed aan gedaan in mijn moeilijkheden te delen. U weet zelf, Filippenzen, dat toen ik na mijn vertrek uit Macedonië met de verkondiging begon, uw gemeente de enige is geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten. Al in Tessalonica hebt u mij meer dan eens iets gestuurd om mijn tekorten aan te vullen. Niet dat het mij om uw gaven te doen is, ik ben er juist op uit dat het tegoed op uw rekening oploopt. Nu is alles mij vergoed, en heb ik zelfs veel meer ontvangen. Mij ontbreekt niets dankzij de gaven die Epafroditus namens u heeft gebracht; ze zijn een geurig en aangenaam offer, dat God behaagt.
Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus.

 

Psalm 112, 1-2 + 5-6 + 8-9

Refr.: Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer.

Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer
en met liefde voor zijn geboden.
Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartigt.
De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

Standvastig is zijn hart en zonder vrees.
Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen.
Gul deelt hij uit aan de armen,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd,
hij zal stijgen in aanzien en eer.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 16, 9-15

De handigheid die Jezus ons gisteren aanprees moeten wij vooral ter harte nemen bij onze bijzondere verantwoordelijkheden. Door onze bezittingen te delen met de armen zullen wij niet bezwijken om twee heren te gaan dienen maar in elke situatie ervoor zorgen God te dienen, die onze harten kent.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
De Farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op.
Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.”

Goed én kwaad zijn in de wereld aanwezig; rondom ons maar tevens in ons.
Beiden trekken ons aan.
Het goede trekt ons aan omdat we – als gelovigen – daarin Gods aanwezigheid zien. In het goede weten we ons uitgenodigd door Hem. En daar we Hem beminnen, willen we daar graag op ingaan.
Maar ook het kwade lokt. En soms kan het deugd daar ‘ja’ op te zeggen. Het maakt het leven ‘aangenaam’, tenminste in zekere zin. Want als we eerlijk zijn weten we dat ingaan op wat kwaad is, ons van God verwijdert. Door ‘ja’ te zeggen op het kwaad schaden we immers onze relatie met Hem, en schaden we dus onze mogelijkheid vanuit Hem lief te hebben, schaden we onze roeping, schaden we ons gehoor geven aan, we schaden ons diepste zelf, en uiteindelijk schaden we ook Gods Rijk.

Jezus is duidelijk: Je kunt niet voor beiden kiezen. Het gaat om Hem, of de mammom.
Voor Hem kiezen, is kiezen voor het Rijk van God. Het is je christen-zijn serieus nemen. Het is je roeping beminnen. Het is leven vanuit je doopgenade.
Voor het kwade kiezen is kiezen tegen Gods Rijk. Het is de bron van je doopsel afsluiten, met alle gevolgen van dien.

Aan ons de keuze …

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
terecht zegt Gij dat wij niet U kunnen dienen én de mammon. Het is het één of het ander, en niet een beetje de één en een beetje de ander. Geef ons de moed en het vertrouwen te kiezen voor U, en alleen voor U. Leer ons het kwade achter te laten om enkel in U te kunnen leven.
Tot in lengte van dagen. Amen.