Lezingen van de dag – zaterdag 15 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Hadewych van Vlaanderen († 13e eeuw)

Hadewych van Vlaanderen, Antwerpen, België; mystica; † 13e eeuw (1248?)

Van Hadewychs leven is bijzonder weinig bekend. Ze moet ergens geleefd hebben in de Zuidelijke Nederlanden, maar waar precies: men weet het niet. Antwerpen? Brussel? Breda? Ze schreef gedichten en brieven, waarin haar liefde voor Christus tot uiting komt. Gezien haar prachtige taal, die in staat is nooit geziene geloofsvisioenen in woorden uit te drukken, moet zij van hoge afkomst zijn geweest, en een gedegen vorming hebben genoten. Ook is men onzeker over de eeuw waarin zij leefde en stierf. Uit haar teksten kunnen we opmaken, dat ze vanaf haar tiende levensjaar gegrepen was door de mystiek.
Hadewych behoort tot deze groten. Zij beschrijft hoe zij leefde van de ‘Minne’ (= Liefde). Zij schrijft: ‘Als minne porret in mine siele’ (= de liefde roert (port) in mijn ziel). Niets ter wereld weegt op tegen deze ‘Minne’. Zij voelt ze als een geschenk dat God zomaar aan haar geeft; en probeert op haar beurt liefde terug te geven; door aandacht en tijd te schenken aan God in gebed, stille tijd en geestelijke lezing; maar ook door te wachten wanneer ze die liefde niet voelt, en niet op zoek te gaan naar oppervlakkige behoeftenbevrediging: zij wacht en vast, en houdt de leegte uit…; en laat God het tijdstip bepalen, waarop Hij haar weer wil raken met zijn Liefde.
Sommigen vermoeden, dat zij de Hadewych moet zijn, die abdis was in het klooster van Aywières, en stierf op 1 juni 1248…

Bron: Heiligen.net

zaterdag in de 2e week
van de advent


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 48, 1-4 + 9-11

Rond de persoon van de profeet Elia ontstonden heel wat verhalen. Hij liet een verterend vuur uit de hemel neerdalen ten tijde van koningin Jezabel. In een wervelstorm van vuur werd hij opgenomen in de wolken, op een wagen met vurige paarden. Hij zou er bij zijn als de beloofde Messias zou komen. Voor Jezus’ tijdgenoten bleef hij een raadsel.

Toen kwam Elia, een profeet als een vuur, zijn profetieën brandden als een fakkel. Hij bracht hongersnood over het volk, door zijn inzet voor de Heer maakte hij het klein in aantal. Op bevel van de Heer hield hij de regen tegen en liet hij driemaal vuur uit de hemel komen.
Hoezeer werd u geroemd, Elia, om uw wonderdaden, wie kan zich in roem met u vergelijken?
U werd opgenomen in een wervelwind van vuur, in een wagen met vurige paarden. Over u staat geschreven dat u klaarstaat voor de vastgestelde tijd, om de toorn te stillen vóór hij razernij wordt, de ouders te verzoenen met de kinderen, de stammen van Jakob te herstellen.
Gelukkig zijn zij die u gezien hebben en in liefde zijn gestorven; ook wij zullen zeker leven.

 

Psalm 80, 2 + 3 + 15 + 16

Refr.: God, leg uw hand op uw beschermeling.

Hoor ons, herder van Israël,
die Jozef leidt als een kudde.
U die troont op de cherubs, verschijn in luister
aan Efraïm, Benjamin en Manasse.
Laat uw kracht ontwaken, kom, en red ons.

God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer U om deze wijnstok.
Leg uw hand op uw beschermeling,
het mensenkind dat U hebt grootgebracht.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 17, 10-13

Voor de leerlingen is de situatie niet duidelijk. Als Jezus van Nazaret de Mensenzoon is, wie is dan Elia? Hij moest dus al gekomen zijn. Johannes de Doper is de verwachte Elia. Hij onderging het lot van elke profeet. Ook de Mensenzoon zal moeten lijden.

De leerlingen vroegen Jezus: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?’
Hij antwoordde: ‘Elia zou inderdaad komen en alles herstellen. Maar Ik zeg jullie dat Elia al gekomen is, ze hebben hem alleen niet herkend, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’
Toen begrepen de leerlingen dat Hij op Johannes de Doper doelde.

Van Woord naar leven

Elia was een typisch profeet zoals wij ze dikwijls voorstellen, en kennen uit het Oude Testament. Vurig, en radicaal. Ze voelden zich verantwoordelijk om in een onheilige wereld het heilige aanwezig te stellen. Ze spraken, of riepen, met een vurige begeestering, oordelend en oproepend. Ze wilden het volk op deze wijze tot luisteren dwingen, omwille van God die in het dagelijks leven zo dikwijls verloochend werd. Zo was Elia, en met hem vele profeten. Ook Johannes de Doper was niet anders. Hoewel deze laatste een zending vervulde, namelijk voorloper te zijn van de Komende.

Die Komende, Jezus, ja, die kwam ook met vuur, maar – zo mogen we zeggen – Hij kwam met een geheel nieuw vuur. Geen vernietigend vuur, geen oordelend vuur, maar een innerlijk vuur, een mild vuur, een zacht vuur. Jezus kwam met het vuur van de heilige Geest; een vuur dat de mens diep vanbinnen tot gebed zal aanzetten, een vuur dat de hele mens zal doen wenden naar zijn Schepper. Het is een vuur dat onze ziel tot een biddende gloed zal voeren dat ons in innige vereniging zal brengen met Gods liefde, om vanuit dit gebeuren die liefde te zijn.

Het is een vuur dat warmte geeft aan de mensheid, aan de samenleving, in onze straten en onze huizen. Het is het vuur dat vrede heet, dat liefde is, dat leven geeft.

Dit is oproep en zending. En we moeten niet vragen in deze zending te mogen staan, want we staan er namelijk al in.

Laten we Gods Geest, Gods heilig Vuur, aan ieder van ons geschonken, diep koesteren, opdat het ons in waarachtig gebed mag brengen, in innige vereniging met de Heer, om samen met Hem Gods liefde te zijn; Hem dragend en barend.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
beziel ons met het vuur waarmee Gij uw Zoon bezielt, opdat wij – in Hem – die warme gloed mogen zijn die de aarde het nieuwe aanzicht geeft dat Gij voor haar droomt.
Kom heilige Geest. Amen.