Lezingen van de dag – zaterdag 17 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth van Thüringen (+ 1231)

Elisabeth van Thüringen (ook van Hessen of van Hongarije), Marburg, Duitsland; weduwe en weldoenster

Info afbeelding: Atelier Meester van Elsloo; ca 1520-1530, eikenhout, hoogte 100 cm.

Zij werd in 1207 in de Hongaarse plaats Sárospatak geboren als dochter van koning Andreas II van Hongarije en zijn vrouw Gertrud van Andechs. Haar familie telt nog een paar heiligen en zaligen: de heilige Hedwig van Silezië († 1243; feest 16 oktober) was een nicht van haar en de heilige Elisabeth van Portugal († 1336; feest 4 juli) een achternicht. Elisabeth groeide op in de Wartburg in Thüringen en huwde met Ludwig IV, landgraaf van Thüringen; ook hij zou later heilig verklaard worden († 1227; feest 11 september). Ze kregen drie kinderen, waarvan Gertrudis ook als zalige zou worden vereerd; zij staat bekend als Gertrudis van Altenberg († 1297; feest 13 augustus).
Het was een goed huwelijk; beide echtelieden hadden bijzonder veel hoogachting voor elkaar. Met instemming van ‘haar broertje’ zoals Elisabeth haar man liefkozend noemde, had zij veel aandacht voor de armen. Toen in 1225/26 grote hongersnood uitbrak, stelde zij alle voorraden in de koninklijke schuren en opslagplaatsen ter beschikking van de talrijke noodlijdenden van die dagen. Zij ging daarin zo ver, dat haar schoonfamilie en het paleispersoneel bang werd, dat er niets zou overblijven. Met name haar schoonmoeder probeerde haar bij haar man herhaaldelijk in een kwaad daglicht te plaatsen.

In diezelfde tijd vertrok haar man naar Italië om zich daar bij Frederik Barbarossa te voegen voor een kruistocht naar het Heilige Land. Hij overleed onderweg in het Italiaanse plaats Otranto; 1227. De twintigjarige Elisabeth bleef achter met drie kleine kinderen, en werd door haar zwager, die namens Ludwig de zaken waarnam, van de Wartburg verdreven.
Na veel ontberingen legde ze te Eisenach de geloften af die behoorden bij de Derde Orde van Sint Franciscus.
Ze voegde zich bij de communiteit van Marburg. Nu kon ze al haar liefde en aandacht geven aan haar armen. Ze stichtte een hospitaal en betoonde zich een voorbeeldig verzorgster van armen en zieken. Midden in haar bezigheden stierf ze, waarschijnlijk uitgeput door een al te strenge boetvaardigheid; op dat moment was ze pas vierentwintig jaar oud. Ook een van haar dienstmeisjes, Jutta, zou later zalig worden verklaard († 1252; feest 19 maart).

In 1232 bouwde haar geestelijk leidsman Konrad van Marburg een kerk boven haar graf, die hij toewijdde aan Sint-Franciscus. Reeds vier jaar na haar dood werd ze op 27 mei 1235 door paus Gregorius IX († 1241) heilig verklaard. Op 1 mei werd haar stoffelijk overschot met plechtig vertoon overgebracht naar het hoogaltaar. Op diezelfde plek bouwde Elisabeths zwager, Konrad van Hessen, de Sint-Elisabethkerk. In 1250 werd haar stoffelijk overschot hier herbegraven.
Marburg werd een drukbezochte bedevaartplaats. In het Zweedse Lund en de Hollandse stad Dordrecht werden pelgrimsinsignes gevonden afkomstig uit Marburg. Door de geschiedkundigen worden ze geplaatst in de tweede helft van de 14e eeuw. Daarop staat Christus afgebeeld, die Elisabeth en Franciscus een kroon op het hoofd plaatst. Dat gegeven is ontleend aan een gebrandschilderd raam in de St-Elisabethkerk te Marburg, dat gedateerd wordt in de jaren 1240/50. Zoals bekend had Elisabeth een grote verering voor Franciscus. Niet alleen werd de eerste kerk, waarin zij werd begraven aan hem toegewijd; zelf had ze het plaatselijke gasthuis destijds onder zijn patronaat geplaatst.
In 1434 bezorgde Johannes Rothe van haar een levensbeschrijving.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 32 door het jaar


Uit de derde brief van Johannes 1, 5-8

In aanraking komen met ijverige christenen uit andere gemeenten is voor de apostel Johannes aanleiding om te pleiten ons niet op te sluiten in eigen kring, maar terwille van Christus’ naam het evangelie uit te dragen naar anderen.

Dierbare,
uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet, zelfs al kent u hen niet. Ten overstaan van de gemeente hebben zij van uw liefde getuigd. Wees zo goed hen voor de verdere reis uit te rusten op een wijze die God waardig is.
Ze zijn immers omwille van de Naam op reis gegaan en hebben van de ongelovigen niets aangenomen. Daarom horen wij zulke mensen gastvrij te ontvangen en zo mee te werken aan de verkondiging van de waarheid.

 

Psalm 112, 1-6

Refr.: Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer.

Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer,
en met liefde voor zijn geboden.

Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Rijkdom en weelde bewonen zijn huis,
en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.

Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister,
genadig, liefdevol en rechtvaardig.

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartigt.

De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 1-8

Als de onrechtvaardige rechter uit de parabel uiteindelijk overhaald wordt door het aandringen van zijn cliënt, zal God, die de rechtvaardigheid zelf is, het aanhoudend gebed van zijn Kerk zeker verhoren. Wij moeten dus volharden in het gebed, tot God ons verhoren wil.

Jezus vertelde de leerlingen een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’

Van Woord naar leven

Jezus leert ons d.m.v. de gelijkenis die we vandaag hoorden, dat we ‘altijd’ moeten bidden en daarin ‘niet mogen opgeven’.

Altijd bidden, dag en nacht, wil niet zeggen dat we altijd gebeden moeten opzeggen. Het heeft veeleer te maken met een levenshouding, een gebedshouding: een leven leiden onder of voor Gods aanschijn, levend in het geloof dat God aanwezig is met een liefde die enkel Hij geven kan.

Aan deze biddende houding gaat wel iets fundamenteels vooraf, namelijk het expliciete gebed. Een biddend leven zal maar biddend zijn in de mate dat wij ons expliciet gebed onderhouden. Want hoe gemakkelijk leidt ons zogenaamd biddend leven tot werken zonder bidden. Geruisloos verliezen we hierdoor de band met God, en dus met zijn genade.

Bidden is een wezenlijke houding van een gelovige. Geloven is immers voeling houden met het hart van God. Dan kan God zich ook van zijn kant meedelen aan hem die Hem is toegewijd. Hij kan laten ‘aanvoelen’ wat Hem aangenaam is, zodat iemand kan weten wat hij moet doen, hoe hij iets moet doen, wat hij moet zeggen of niet zeggen, maar ook wat hij aan God kan vragen en welk gebed God niet aangenaam is.

Als we iets vragen aan God zouden we met ons hart meer bij Hem moeten zijn dan bij wat we vragen. Wat we willen vragen… dat weet God maar al te goed. Bij en in God zijn… zo bidden we in Gods wil.

Laat ons, naar de woorden van Clara van Assisi, niet enkel biddende mensen zijn, maar gebed worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons en beziel ons met de gave van het gebed. Leer en help ons biddende mensen te worden; mensen die voortdurend bij de Bron van het leven neerknielen om van U te ontvangen, van U te leren, in U te leven.
Kom heilige Geest. Trek ons in het gebed van de Heer.
Amen.