Lezingen van de dag – zaterdag 27 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Zita van Monsagrati († 1272)

Zita (ook Citta of Sita) van Monsagrati (ook Lombardo of van Lucca) bij Lucca, Toscane, Italië; dienstmeisje

Zita was een uiterst eenvoudige boerendochter uit het gehucht Monsagrati. Daar moet ze rond 1212 geboren zijn. Als 12-jarig meisje kwam zij in dienst bij de aanzienlijke familie Fatinelli, in de Toscaanse stad Lucca. Daar was zij het mikpunt van de pesterijen van de kinderen; daarnaast had zij te lijden van het overheersende karakter van de vrouw des huizes en de grove bejegeningen van de heer des huizes. Maar Zita was consequent in haar eenvoud: ze behandelde elk met dezelfde vriendelijkheid en eerbied, en liet zich door niets van haar stuk brengen. Zelf meende ze dat God haar niet voor niets voor al deze beproevingen plaatste. Ze hield zich aan haar persoonlijke lijfspreuk: “De handen bij het werk, het hart bij God.” Gaandeweg begonnen de familieleden daar te voelen welk een bijzonder mens ze in hun midden hadden.

De legende weet nog te vertellen dat zij op een keer in de kerk zo in gebed verzonken was dat ze de tijd vergat. Veel te laat om het brood nog op tijd gebakken te hebben, kwam ze in het huis van haar heer terug. Het deeg was gerold en gekneed en het brood lag klaar voor de oven: dat moesten dus engelen geweest zijn…!

Toen ze met kerstavond naar de kerk ging, zat er bij de ingang van de kerk een oude bedelaar op de stenen vloer met veel te dunne kleren aan. Hij was zo door en door koud dat Zita niets beters wist te doen dan haar eigen mantel aan de man te geven. Maar eigenlijk was het haar mantel niet: ze had hem mogen lenen van haar heer: het was een zeer dure bontmantel. Daarom zei ze tegen de bedelaar dat ze hem niet kon geven, ze kon hem alleen maar lenen: als de kerk uitging, wilde ze hem weer terug hebben. De oude man beloofde het. Maar bij het uitgaan van de kerk was de man verdwenen en de dure bontmantel erbij. Dat kwam haar op een flinke uitbrander te staan van de kant van haar heer. Woedend was hij, en hij schold op haar zwakheid en al te medelijdend hart, en dat ze zich had laten bedriegen… Uren later werd er aan de poort geklopt en stond daar de bedelaar met de jas om hem eerlijk terug te brengen: Zita’s huisgenoten waren er zeker van dat het Christus zelf was geweest, of minstens zijn engel.

Achtenveertig jaar lang verzorgde zij onafgebroken het huishouden van haar meester.

Zij stierf op 27 april 1272.

Zij is bijgezet in de San Fridiano-kerk te Lucca. Haar lichaam is daar nog steeds te zien in geheel gave staat. Ook het huis van de familie Fatinelli in de wijk San Frediano te Lucca bestaat nog. In 1696 werd ze heilig verklaard.

Ze is patrones van de stad Lucca. Naast Notburga is zij patrones van het dienstpersoneel.

Bron: Heiligen.net

 

zaterdag in de paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 13-21

Echt geloven is iets ervaren, door Iemand geraakt worden. We zien dit gebeuren bij de apostelen. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Geloven kan men niet zonder er iets van te tonen in zijn leven. Wat het ook mag kosten: elke christen wordt gezonden om te getuigen, tegenover allen met wie hij leeft.

Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd. Maar omdat ze de man die genezen was bij hen zagen staan, konden ze niets tegen hun woorden inbrengen.
Nadat ze hun bevolen hadden de raadszaal te verlaten, overlegden ze met elkaar. Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen. Maar om te voorkomen dat het gerucht zich nog verder onder het volk verspreidt, moeten we hen waarschuwen met niemand meer over Jezus te spreken en hun verbieden zijn naam nog te gebruiken.’
Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van Jezus op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten.
Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar Hem? Oordeelt u zelf! We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’
Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd.

 

Psalm 118, 1 + 14 + 15 + 16 + 17 + 18 + 19 + 20 + 21

Refr.: Ik dank U God dat U mij hebt gehoord.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
De Heer is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
Hoor, gejubel om de overwinning
in de tenten van de rechtvaardigen:
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.

De rechterhand van de Heer verheft mij,
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.
Ik zal niet sterven, maar leven
en de daden van de Heer verhalen.
De Heer heeft mij gestraft,
maar mij niet prijsgegeven aan de dood.

Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de Heer te loven.
Dit is de poort die leidt naar de Heer,
hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde
en mij de overwinning gaf.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 16, 9-15

Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven.

Nadat Jezus vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was opgewekt.
En Hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.’

Van Woord naar leven

Lieve mensen,

bij uitzondering vandaag geen ‘Van Woord naar leven’.
Het is nu vrijdagavond, al vrij laat, en ik ben ontzettend moe. Het komt er niet uit.
Mijn excuses daarvoor.
Vanaf morgen weer een overweging.
Beloofd.

kris

Naar de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
trek ons in de warmte van uw vrede opdat wij getuigen mogen zijn van uw aanwezigheid, dragers van uw liefde, uitdragers van uw goedheid. Geef dat wij als geloofsgemeenschap deze zending ernstig zouden nemen, haar met blijdschap zouden dragen en verrichten, opdat allen U mogen leren kennen en ontmoeten.
Kom heilige Geest. Amen.