Lezingen van de dag – zaterdag 30 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Dodo van Haske (+ 1231)

Dodo van Haske, Bakkeveen, Friesland; kluizenaar

Dodo was een vrome man van Friese afkomst. Aanvankelijk was hij getrouwd, maar na verloop van tijd besloot hij in te treden bij de Norbertijnen van klooster Mariëngaarde. Toentertijd stond dat onder leiding van abt Siard, die later als heilige zou worden vereerd († 1230; feest 14 november).

Tegelijkertijd werd Dodo’s vrouw Norbertines in klooster Bethlehem, gelegen ter hoogte van het huidige Bartlehiem. Dodo kreeg toestemming om als kluizenaar te gaan leven op een afgelegen landgoed in de buurt van Bakkeveen. (Later zou Siard daar een nieuwe priorij vestigen). Dodo nam één sobere maaltijd per dag; hij droeg een ijzeren harnas op de blote huid en daaroverheen een boetekleed. Elke dag maakte hij zo’n vijfduizend kniebuigingen, zodat zijn knieën uiteindelijk meer weghadden van kamelenknieën. Elke nacht stond hij op om te bidden.

Op uitnodiging van de plaatselijke priester verhuisde hij naar Haske om er zielzorg uit te oefenen. Hij streed vooral tegen het verschijnsel van de bloedwraak. Wanneer iemand onrecht was aangedaan of letsel had opgelopen, nam een ander lid van die familie wraak op een bloedverwant van de dader. Vele mensen zochten hem op in zijn kluis, een armzalig bouwseltje, om er goede raad en troost te halen. Hij stierf op zondag na Maria Boodschap in het jaar 1231. Op het moment dat hij zijn dagelijkse gebeden deed, stortte zijn gammele hutje in; hij werd bedolven onder het puin en dodelijk gewond. Mensen die hem onder de brokstukken vandaan haalden, getuigen dat hij aan handen en voeten de kruiswonden van Christus (stigmata) vertoonde.

Bron: Heiligen.net

 

zaterdag in de 3e week van de vasten


Uit het boek Hosea 6, 1-6

In de boeteliturgie doet het volk beroep op God. Het bekeert zich ogenschijnlijk tot Hem, zonder echte Gods-dienst te bereiken. Een zuiver uitwendige eredienst, enkele riten en ceremoniën op zich, lijken niet voldoende. God verlangt vroomheid, liefde, in de diepe religieuze betekenis van het woord. En dat is zoveel meer dan welk offer ook.

Zo spreekt de Heer:
Kom, laten wij teruggaan naar de Heer !
Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven.
Dan zullen wij Hem kennen, ernaar jagen om de Heer te kennen.
Even zeker als de dageraad zal Hij komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.
Wat moet Ik met je beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met je beginnen, Juda? Want jullie liefde is als een ochtendnevel, als dauw die ‘s morgens vroeg verdwijnt. Daarom heb Ik jullie gedood met de woorden die ik sprak, jullie neergehouwen door mijn profeten; zo brak het volle licht van mijn recht door.
Want liefde wil Ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 18 + 19 + 20 + 21ab

Refr.: God, wees mij genadig.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.

Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed,
bouw de muren van Jeruzalem weer op.

Dan zult U de juiste offers aanvaarden,
offers in hun geheel verbrand.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 9-14

Twee soorten mensen worden hier tegenover elkaar gesteld. De eerste keert zich bij zijn bidden in zichzelf, de tweede keert zich naar God. De Farizeeër kan door zijn valse gerechtigheid niet gerechtvaardigd worden. De tollenaar vindt door zijn nederigheid de weg naar genade en vergeving.

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de ander een tollenaar.
De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Van Woord naar leven

Even zeker als de dageraad zal de Heer komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.
Zo horen we vandaag in de eerste lezing uit het boek Hosea.

Onze westerse Kerk kan heel wat leren van onze broeders en zusters uit de Orthodoxe Kerk wat betreft het bidden om Gods Geest. In onze officiële liturgie bijvoorbeeld wordt enkel om Gods Geest gebeden in de dagen voor Pinksteren (Pinksternoveen) en op Pinksteren zelf. Geef toe, dat is toch mager. Wetende dat de heilige Geest het hart is van ons bidden, de spirit van onze omgang met de Heer, de wifi die ons in verbinding brengt met God.

Persoonlijk denk ik dat het goed is (en fundamenteel nodig) dat wij elke dag beginnen met het aanroepen van, of het vragen van, de heilige Geest. Opdat ons hart zich in de liefde van de Vader moge wenden naar Christus. Immers, wie bidt in de Geest, bidt zuiver. En we verlangen toch om ‘zuiver’ te bidden.

Het boek Hosea spreek vandaag over de Heer die als milde regen tot ons komt, als lenteregen die de aarde (van ons hart) drenkt. Om deze genade in heel zijn volheid te kunnen welkom heten, en er op te ‘antwoorden’, hebben we de Geest van God nodig. We kunnen dat echt niet uit onszelf.

Misschien gaan de heren die de liturgie hebben samengesteld er van uit dat iedere gelovige spontaan in zichzelf zijn gebed start met een bede om Gods Geest.
Wat er ook van zij: mijn voorstel is om de dag, elke dag, zo te beginnen. Dat kan een eenvoudige bede zijn, of een kort (of langer) gezang, hoe het er uit ziet is op zich niet belangrijk. Als het maar een bede is om Gods Geest. Met de hoop dat het de Geest mag zijn die ons stuwt wat betreft ons wenden naar de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus, dageraad en ochtendgloren,
moge uw heilige Geest ons ten diepste bezielen, opdat ons hart de goede aarde zijn waar Gij uw milde lenteregen laat neerdalen, waar de dauw van uw genade in ons moge druppelen, opdat wij vanuit uw vruchtbaarheid die mensen mogen worden die God voor ons droomt.
In uw naam. Amen.