Lezingen van de dag – zondag 25 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Christus, Koning van het heelal

hoogfeest

Het feest van ‘Christus, Koning van het Heelal’ wordt eind november gevierd, op de 34e en laatste zondag van het liturgisch jaar. Deze zondag wordt gevolgd door de eerste zondag van de advent, het begin van het nieuwe kerkelijke jaar.

Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Consilie van Nicaea.

Christus, Koning van het heelal

hoogfeest


Uit de profeet Daniël 7, 13-14

In een droom heeft de profeet de opeenvolging gezien van de verschillende heerschappijen, die de wereld van zijn tijd zullen beheersen. Na hen zal een Mensenzoon, een Messias komen, wiens koninkrijk niet van deze wereld is. Als rechter van de eindtijd, zal Hij de wereld die Hij zal hebben gered, laten delen in zijn heerlijkheid.

In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

 

Psalm 93, 1-2 + 5

Refr.: De Heer is koning, met hoogheid bekleed.

De Heer is koning, met hoogheid is Hij bekleed,
de Heer is met macht bekleed en omgord.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet,
en vast staat van oudsher uw troon.

U, Heer, bent van alle eeuwigheden,
uw uitspraken zijn betrouwbaar.

Heiligheid is van uw huis het sieraad,
Heer, tot in lengte van dagen.

 

Uit het boek Apocalyps 1, 5-8

De koning van Gods hart, aanwezig in de visioenen van het Oude en het Nieuwe Testament, is Christus. Als vorst van alle koningen op aarde, heeft Hij zijn volk zozeer bemind dat Hij zijn bloed vergoot om het te redden van de zonde. Door zo’n bevrijder vrijgekocht, zijn de mensen voortaan in staat aan God de lof van het heelal aan te bieden.

Genade zij u van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader; aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid. Amen.
Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.
‘Ik ben de alfa en de omega’, zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’

 

Alleluia.

Gezegend de komende
in de naam van de Heer.
Geprezen het komende Koninkrijk
van onze vader David.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 18, 33b-37

Het koningschap van Jezus is niet van deze wereld, en als Hij al gekroond wordt, dan is het op het kruis. Daar wordt Hij verheven en wordt Hij de Redder van de mensheid. Tegenover de bangelijke en slinkse Pilatus, staat Christus, rechtop, de openbaring van de goddelijke waarheid zelf.

Pilatus liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’
Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’
‘Ik ben toch geen Jood, ‘antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt U gedaan?’
Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’
‘U zegt dat ik koning ben’, zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is naar woorden van Frans Mistiaen, sj

Een machtig tafereel wordt opgevoerd: Jezus staat tegenover Pilatus. Aan de ene kant: de Romeinse bezetter, de vertegenwoordiger van de Keizer, de heerser van de wereld, omringd door soldaten met zwaarden en pieken, uiterlijk machtig, maar innerlijk verveeld met de aanklacht vanwege de hogepriesters en oudsten van het volk. Duisternis heerst in het hart van Pilatus, zoals er duisternis heerste in de Romeinse wereld van toen: corrupt, immoreel en wreed. Aan de andere kant: Jezus, de geboeide, aangeklaagd door de Joodse religieuze leiders, overgeleverd in de handen van beulen, vernederd, uiterlijk machteloos, maar innerlijk vrij, zichzelf-gevend, minzaam, eerlijk en moedig, stralend van een goddelijke kracht. Het is de confrontatie tussen twee figuren, meer nog, tussen twee werelden: de wereld van de duisternis en het kwaad tegenover wereld van het goede en het licht.

En tussen beiden ontstaat nu een gesprek over het “koningschap”. En het is iedereen duidelijk dat het woord “Koning” anders wordt begrepen door Jezus dan door Pilatus. “Koning zijn” in de wereld van het geweld, van de corruptie en het kwaad betekent totaal iets anders dan “Koning zijn” in het rijk van de liefde, van de echtheid en de goedheid, in het Rijk van God. Jezus is geen Koning met soldaten, geweld en overheersingen, geen Koning met uiterlijke macht, wel een Koning van de innerlijke bezieling, van de uitnodiging tot liefde en van de overgave van het hart.

Het is een hele opdracht om onze God nooit voor te stellen als een albeheerser, die ons met uiterlijk macht tot onderdanigheid zou willen onderwerpen, of als een almachtige rijke, die onze welstand met spectaculaire geschenken zou kunnen verbeteren. Het is een hele bekering om onze God te leren ontdekken zoals Hij echt is, dat is, zoals wij Hem in Jezus zien: nl. als de Liefde die ons innerlijk uitnodigend beroert en tot wederliefde bezielt. Als Jezus Koning is, dan is het de Koning van de Liefde in ons hart, dan is het een Koning die door ons uit vrije wil wordt aanvaard, omdat wij vol dankbaarheid inzien en ervaren dat zijn Liefde ons echt leven schenkt. Dat betekent dat Hij in ons hart wil wonen en van ons wederliefde durft vragen tegenover Hem en tegenover onze medemensen.

Jezus is een Koning die als een bedelaar zijn hand uitsteekt om iets van onze liefde te ontvangen. En op de avond van ons leven, – wanneer wíj onze voedselransel omdraaien – dan zal alles wat wij “met liefde hebben gegeven”, schitteren als het kostbaarste goud in de ogen van onze echte Koning.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus, Christus Koning,
als een bedelaar komt Gij naar ons toe, smekend om liefde. Mogen wij U lof toezingen door uw liefde te zijn voor elkaar.
Tot in de eeuwigheid. Amen.