Lezingen van de dag – zondag 27 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Angela de Merici († 1540)

Angela de Merici, Brescia, Italië; maagd & stichteres van de Ursulinen

Angela de Merici werd geboren in een plaatsje aan het Gardameer. Ze trad toe tot de derde orde van de Franciscanen.

Ze gaf godsdienstles aan de kinderen van haar dorp. Nadat ze verhuisd was naar Brescia nam ze steeds meer kinderen onder haar hoede. Enkele gelijkgezinde vrouwen sloten zich bij haar aan. Samen gingen ze steeds meer kinderen verzorgen en les geven, vooral aan kleine meisjes. Toen kwam Angela op de gedachte naast catechese, ook koken, naaien, wassen en ziekenverzorging te gaan onderwijzen.

Haar werk groeide uit, ze stichtte scholen en uiteindelijk een kloostergemeenschap: de orde van de Ursulinen, genoemd naar de H. Ursula. De leden werkten in de wereld en woonden aanvankelijk gewoon thuis. Later ontstonden er gemeenschapshuizen, maar de zusters waren niet gebonden aan geloftes. Op dit ogenblik is deze orde de grootste en beroemdste vrouwenorde voor opvoeding en studie. Ze telde in 1980 ruim 10.000 leden, verspreid over de hele wereld. Angela was de eerste abdis.

Haar graf bevindt zich in de St-Afrakerk te Brescia.

Ze wordt afgebeeld als abdis met kruis, rozenkrans en een open boek waarop ze wijst; ook met een ladder, want de legende zegt dat zij in een visioen een ladder zag die hemel en aarde verbond. Jonge vrouwen daalden die ladder af of beklommen haar. Dit visioen was de aanleiding voor haar om haar orde te stichten. In de dom in Brescia zijn fresco’s te zien met scènes uit haar leven.

Bron: Heiligen.be

 

3e zondag door het jaar – C


Uit het boek Nehemia 8, 1-4a + 5-6 + 8-10

Gods Woord heeft zijn eerste gemeenschap bijeengeroepen en gesticht in de woestijn. Hetzelfde Woord verzamelt dat volk nog in de periode van het joodse herstel na de ballingschap. Ezra, die de Wet verklaart, is een voorafbeelding van Christus, die de Wet tot voltooiing brengt. Het ‘Amen’ van het volk kondigt de geloofsinstemming aan, die Jezus verwacht van zijn tijdgenoten.

Ezra, de priester, haalde het wetboek en toonde het aan de aanwezige mannen en vrouwen, en aan iedereen die in staat was het te begrijpen. Dit gebeurde op de eerste dag van de zevende maand.
Op het plein voor de Waterpoort las Ezra de mannen en de vrouwen en iedereen die het kon begrijpen hardop uit het boek voor, vanaf het moment dat het licht werd tot de middag. Allen luisterden aandachtig naar het boek van de wet.
Ezra, de schrijver, stond op een houten verhoging die voor deze gelegenheid was vervaardigd. Ezra stond hoger dan het volk, zodat iedereen kon zien hoe hij het boek opende, en op dat moment ging heel het volk staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde ‘Amen, amen’, en ze hieven hun handen op, knielden neer en bogen diep voor de Heer.
De Levieten lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij; zo verschaften ze inzicht in het gelezene.
Nehemia (hij was de landvoogd) ,Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: ‘Deze dag is gewijd aan de Heer, uw God; rouw dus niet, en huil niet!’
Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.
Ezra zei tegen hen: ‘Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken, en deel ervan uit aan wie niets heeft, want deze dag is gewijd aan onze Heer. Wees niet bedroefd, want de vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht.’

 

Psalm 19, 8 + 9 + 10 + 15

Refr.: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.

De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.

Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.

De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Laten de woorden van mijn mond U behagen,
de overpeinzingen van mijn hart U bekoren,

Heer, mijn rots,
mijn verlosser.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 12, 12-30

Met een vergelijking, die in zijn tijd gebruikelijk was, stelt Paulus Christus gelijk aan een lichaam, waarvan christenen de ledematen zijn. Zij zijn zeer verscheiden, maar toch alle onmisbaar, zodat zij geroepen zijn tot wederzijds respect en verbondenheid. Maar het beginsel van hun leven en eenheid, is Christus.

Broeders en zusters,
een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.
Als de voet zou zeggen: ‘Ik ben geen hand, dus ik hoor niet bij het lichaam’, hoort hij er dan werkelijk niet bij? En als het oor zou zeggen: ‘Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam’, hoort het er dan werkelijk niet bij? Als het hele lichaam oog zou zijn, waarmee zou het dan kunnen horen? Als het hele lichaam oor zou zijn, waarmee zou het dan kunnen ruiken? God heeft nu eenmaal alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde. Als ze met elkaar slechts één lichaamsdeel zouden vormen, zou dat dan een lichaam zijn? Het is juist zo dat er een groot aantal delen is en dat die met elkaar één lichaam vormen. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig’, en het hoofd kan dat evenmin tegen de voeten zeggen. Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk.
De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.
Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken.
Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten? Of kan iedereen genezen? Kan iedereen in klanktaal spreken en kan iedereen die uitleggen?

Alleluia.

De Heer heeft mij gezonden,
om aan armen
de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen
hun vrijlating bekend te maken.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 1-4 + 4, 14-21

Op basis van de levende traditie van de christelijke boodschap, die nog afkomstig is van de ooggetuigen van Jezus’ leven, wil Lucas een historische catechese geven over de Verlosser, om geloof in Hem op te wekken. Dit is de bedoeling van het Lucasevangelie dat we tot het einde van het liturgisch jaar zullen lezen. Op deze zondag horen wij Jezus verkondigen dat zijn komst de goddelijke beloften in vervulling doen gaan en de tijd van genade inzet.

Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.

Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek. Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge.
Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Van Woord naar leven

Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Heel wat jaren geleden was ik enkele dagen op de heuvel van Taizé. Ik herinner me dat broeder Roger, die toen nog leefde, een korte uitleg gaf over deze woorden uit het evangelie. Ik kan hem niet woordelijk citeren, maar ik weet nog wel de essentie van wat hij zei. Hij zei namelijk dat het evangelie dat we dagelijks mogen lezen elke dag ‘nieuw’ is. We kennen misschien de woorden, de verhalen, en toch zijn ze nieuw.

Waarom nieuw ?
Wel, om de eenvoudige reden dat Jezus op die moment die woorden in ons hart legt, vol van genade. Hijzelf komt in zijn Woord aanwezig in ons. En dat is dus meer dan louter kennis nemen van een oude tekst, of een tekst herinneren die we al eens gehoord hebben. Het is Jezus ontmoeten in heel zijn volheid, puur gebed dus.

Telkens wanneer we het evangelie beluisteren, lezen, of reciteren, komt Jezus in ons hart, en zegt Hij met al zijn liefde: ‘Vandaag komt deze schriftlezing in jou in vervulling’.

Dagelijks het evangelie met het hart ontvangen…
een zeer diepe vorm van innerlijk gebed !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
geef dat wij in uw Woord U mogen ontmoeten als een levende bron van liefde die ons opneemt in Uzelf, die ons doet zingen van uw Liefde, naar allen en alles.
Alle dagen van ons leven, amen.