Lezingen van de dag – zondag 28 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Louis-Marie Grignion de Montfort (+ 1716)

Louis-Marie Grignion de Montfort, predikant, St-Laurent-s/Sèvres, Vendée, Frankrijk

Hij werd geboren op 31 januari 1673 in het Franse plaatsje Montfort-sur-Meu, Bretagne. Weldoeners maakten het hem mogelijk een priesteropleiding te volgen. Hij was een geliefd predikant die bij velen de smaak voor God wist te wekken en de devotie tot Maria aanwakkerde. Hij stichtte twee Congregaties: de mannencongregatie van de Paters Montfortanen en de vrouwencongregatie van de Dochters der Wijsheid (1703).

Hij werd heilig verklaard in 1947.

Hij wordt vereerd als patroon van het Franse plaatsje waar hij stierf: St-Laurent-sur-Sèvre.

Bron: Heiligen.net

 

2e paaszondag  – C

Beloken Pasen


Uit de Handelingen van de Apostelen 5, 12-16

Het geloof in de verrijzenis draagt zijn vruchten. Een van de eerste vruchten die ook vandaag nog blijft, is het leven in gemeenschap. Dit ietwat geïdealiseerde tafereel toont overduidelijk de wezenlijke, onmisbare elementen van elke christelijke gemeenschap: de eensgezindheid, het missionair getuigenis, het onthaal en de genezing van de armen.

De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo, en ofschoon niemand zich daar bij hen durfde te voegen, sprak het volk vol lof over hen.
Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen, en ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen.
Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen.

 

Psalm 118, 2 + 3 + 4 + 13 + 14 + 15 + 22 + 23 + 24

Refr.: Breng dank aan de Heer, want Hij is genadig.

Laat Israël zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw’ –
het huis van Aäron zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw’ –
wie de Heer vreest, zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw.’

Jullie sloegen mij en ik viel,
maar de Heer heeft geholpen.
De Heer is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
Hoor, gejubel om de overwinning
in de tenten van de rechtvaardigen:
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de Heer,
een wonder in onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
laten wij juichen en ons verheugen.

 

Uit het boek Apocalyps 1, 9-11a + 12-13 + 17-19

Johannes is verbannen naar Patnos. Op een zondag, wanneer de christenen de verrijzenis vieren van de Heer, heeft Hij een groots visioen. Hij ziet de Mensenzoon, de Verrezene, de poort van het leven ontsluiten voor allen die geloven. Johannes richt deze brief tot alle lokale kerken die hij kent. Hij noemt er zeven om de universele Kerk te symboliseren. Wat hij gezien heeft deelt hij ons mee opdat wij zouden geloven.

Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd.
Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering. Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin en die tegen me zei: ‘Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur dat naar de zeven gemeenten.’
Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer.
Maar Hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; Ik was dood, maar Ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. Schrijf daarom op wat je gezien hebt, wat er nu is en wat hierna zal gebeuren.’

 

Alleluia.

Omdat je me gezien hebt
geloof je.
Gelukkig zijn zij die niet zien
en toch geloven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 20, 19-31

Niets of niemand kan de Verrezene nog beletten de zijnen te bezoeken. Hij brengt hen zijn Geest met de vruchten ervan: vrede, vreugde en de macht om zonden te vergeven. In de persoon van Tomas, die de Heer wilde zien en Hem heeft aangeraakt, lijkt Hij aan de christenen van alle tijden te zeggen: wees er zeker van, Ik ben het werkelijk. Geloof jij dan ook.

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Van Woord naar leven

Lieve mensen,
alvorens ik mijn ‘woordje’ schrijf wil ik eerst iets verduidelijken.
Er zijn wel eens mensen die me laten weten dat ‘Van Woord naar leven’ veel te weinig homilie is. Er is in de tekst geen samenhang met de andere lezingen, zegt men dan, en soms wordt er maar een detail belicht terwijl de boodschap van de lezing over iets anders gaat.
Dat is inderdaad zo. Maar ‘Van Woord naar leven’ heeft op deze site dan ook niet de bedoeling een homilie te plaatsen in de strikte zin van het woord. Er zijn vele andere sites waar je prachtige theologische onderbouwde preken kan raadplegen. Op deze site belicht ik inderdaad dikwijls maar één vers, of soms zelfs één woordje, en dit in eenvoud. Het is een manier om met de Schrift om te gaan, naast vele andere wijzen om dit te doen.
Deze site ambieert dus niet om dagelijks een hele homilie te plaatsen, maar wil in alle bescheidenheid dagelijks iets kleins aanreiken dat de gewone mens in de straat helpt het Woord handen en voeten te geven in het dagelijks leven.
Dit even ter verduidelijking.

Vandaag sluiten we het paasoctaaf af, sluiten we de luikjes van de paasweek. Vandaar ‘beloken Pasen’. Een mooie speling met woorden.

Alhoewel… misschien moeten we in deze paastijd, meer dan ooit, onze luiken juist nog meer open zetten, zodat alle dufheid kan verwaaien, om alle frisheid van het geloof ‘nieuw’ binnen te laten en vooral ook om open te zijn naar de buitenwereld toe, bereid deze warm te omarmen.

Jezus is duidelijk vandaag in het evangelie: ‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ Dat was de opdracht aan de leerlingen, maar het is tevens een opdracht voor elke christen van alle tijden.

We zijn gezonden door de Heer, zoals de Heer gezonden was. We horen daar twee dingen in. Het is de Heer die zendt. En, Hij zendt zoals de Vader Hem gezonden heeft. We moeten deze twee zaken goed in ’t oog houden. We zenden niet onszelf, we zenden niet elkaar. Het is de Heer die zendt. Dus ‘ja’ zeggen aan de christelijke zending is gehoor geven aan degene die zendt, aan de Heer dus. Het is gehoor geven aan die diepe innerlijke stem van de Heer die vraagt de Vader te belichamen. We zijn immers geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. ‘Ja’ zeggen op de zending van de Heer is gehoor geven aan deze oer-roeping, en wel in en met en door Christus.
En dat is, inderdaad, geen andere zending dan degene die Christus had. In die zin zijn we dus door Hem gezonden zoals de Vader Hem gezonden heeft.

Ik denk dat het goed is dat we ons dagelijks, iedere morgen opnieuw, bewust zijn dat we gezonden zijn door de Heer. Soms nemen we ons leven zo in handen dat we alles netjes zelf regelen, naar onze maatstaven en normen, naar onze behoeften, naar dat wat men van ons verlangt… Deze toeëigening kan zo buitensporig worden dat de zending van de Heer nog nauwelijks een plaats krijgt, laat staan de ruimte en de innerlijke vrijheid die nodig is om haar te kunnen volbrengen.

Laat ons dagelijks bidden om genade dat we ons gelovig bewust mogen zijn dat we als christenen in een zending staan. Laat ons deze zending liefdevol omarmen, en laten we ons leven zo ‘inrichten’ dat we haar daadwerkelijk kunnen volbrengen in diepe verbondenheid met Degene die ons zendt.

Een mooie en diep gezegende zondag voor ieder van u.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Vader,
moge de gloed van uw Geest ons hart ten diepste bezielen, opdat we ons gelovig bewust mogen zijn dat Christus ons als Kerk zendt, zoals Hijzelf gezonden was. Mogen wij ons innerlijk diep verinnigen met Hem, opdat Hij het hart moge zijn van ons ja-woord.
Om deze genade bidden wij, in Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.