Lezingen van de dag – zondag 3 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Blasius van Sebaste († ca 316)

Blasius (ook Blaise, Blas, Blay, Vasco) van Sebaste, Armenië; bisschop & martelaar

Bisschop Blasius hield zich vanwege de heersende christenvervolgingen onder keizer Licinius (311-323) schuil in een bos. Volgens de legende leefde hij daar in vrede met de wilde dieren. Ze kwamen hem zelfs opzoeken om zich door hem te laten genezen. Hij werd bij toeval gevonden, toen Romeinse soldaten op zoek waren naar wilde beesten die men nodig had voor de spelen.

Een van de Romeinse volksvermaken bestond erin dat ten aanschouwen van duizenden toeschouwers ter dood veroordeelden in de arena moesten vechten met wilde dieren.

Dit is de geschiedenis van een heilige, die de dieren liefhad en daarom op zijn beurt door de dieren werd bemind. Zo begint het prachtige verhaal over de heilige Blasius, bisschop van Sebaste. Hij hielp en genas alle schepselen, zowel mens als dier. De heidenen waren jaloers en wilden hem en andere christenen doden in de plaatselijke arena. Daarom zond de gouverneur in 316 zijn soldaten de bergen in om wilde dieren te vangen voor die wrede spelen. Maar er was geen beest te bekennen tot zij in Blasius’ grot kwamen.

Daar vonden zij alle dieren, en met name alle wilde dieren waarvoor zij zo bang waren: leeuwen, tijgers, luipaarden, beren en wolven: zij brachten hun dagelijkse morgengroet aan de heilige man. Midden tussen hen in lag Sint Blasius in gebed. Hij was daar zo ernstig in verdiept, dat hij de soldaten die met hun netten en speren waren gekomen om de dieren te vangen, zelfs niet opmerkte. Hoewel de dieren zeer bang waren, bewogen zij zich niet en gaven geen enkel geluid; zij wilden hun meester niet storen. Zij hielden zich doodstil, terwijl zij met hun grote gele ogen de soldaten aanstaarden. Maar die waren zo verbaasd door wat zij daar te zien kregen, dat ze stilletjes weer wegslopen zonder ook maar een vinger uit te steken naar een van de dieren, ja zelfs zonder een woord te wisselen met de heilige man. Zij veronderstelden natuurlijk dat zij een verschijning hadden van Orfeus of van een andere heidense godheid, die de dieren betoverd had. En zij gingen terug naar de gouverneur om hem te vertellen wat zij hadden meegemaakt.

“Zo, dat moet dan een christen wezen”, antwoordde gouverneur Agricola, toen hij het hele verhaal gehoord had, “want alleen christenen zijn zulke dikke vrienden met de dieren. Breng hem op staande voet hier vóór mij.” Dat gebeurde. Na veel folteringen werd de heilige onthoofd. De dieren huilden en jankten voor de verlaten grot, en snuffelend zochten zij hem overal, als verdwaalde honden die hun meester verloren hadden. Ook voor de dieren in het woud was het een droeve dag, toen Sint Blasius voor altijd van hen was afgenomen.

Zo werd Sint Blasius opgepakt en aan folteringen onderworpen. Eerst deed men pogingen om hem te verdrinken, maar hij wandelde eenvoudig over de golven weg. Toen werd hij letterlijk over de hekel gehaald en zijn lichaam werd met wolkammen opengereten. Uiteindelijk werd hij naar de executieplaats buiten de stad geleid om te worden onthoofd. Op weg daar naartoe kwam hem een moeder tegemoet met haar zoontje dat dreigde te stikken in een ingeslikte visgraat. De heilige legde het een ogenblik de handen op en sprak een gebed uit, waarop het kind van zijn kwaal werd verlost. Kort daarop stierf Blasius de marteldood, volgens zeggen in gezelschap van twee kinderen en zeven vrouwen.

Nadat in de 8e eeuw een kerk aan hem was gewijd in de Duitse stad Erfurt, verspreidde zich zijn verering over heel Europa. In de 10e eeuw kwamen relieken van hem terecht in het Zwarte Woud; sindsdien heette de abdij van Reginbertus van Seldenbüren († 963; feest 29 december) Sankt Blasien. In het Vlaamse Rumbeke vindt jaarlijks rondom zijn feestdag de Blasiuskermis plaats. De Nederlandse plaats Cadier en Keer heeft elk jaar een Blasiusbedevaart.

In het Westen behoort hij tot de Veertien Noodhelpers.
De wonderbaarlijke genezing van het jongetje met de doorgeslikte visgraat ligt aan de basis van de zogeheten Blasiuszegen. Op 3 februari komen de gelovigen in de kerk naar voren; de priester houdt bij elk twee – al of niet brandende – gekruiste kaarsen voor de keel en spreekt het volgende gebed uit:
‘Door de voorspraak van de heilige bisschop en martelaar Blasius, moge God u bevrijden van keelziekten en alle andere kwaad. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ (de priester maakt het zegengebaar).

Volgens de Kath Enyclodie (Amsterdam/Antwerpen, 1950; deel 5 kol.248) gaat het gebruik van de kaarsen bij de Blasiuszegen terug op een middeleeuwse devotiepraktijk welke inhield dat men aan Sint Blasius kaarsen offerde. Dat berust op een legende. In de grot waar Blasius zich verborgen hield zou hij elke dag bezoek gekregen hebben van een weldoenster die hem voedsel bracht en een kaars. De heilige bisschop zou aan die vrouw gevraagd hebben dit gebruik ook voort te zetten na zijn dood. Als men dan om zijn voorspraak bad om van elke ziekte verschoond te blijven kon men dat gebed kracht bijzetten door een kaars te offeren. Het Liturgisch Woordenboek suggereert dat die kaarsen in verband stonden met het feest van de vorige dag, Maria Lichtmis. Daar werden ze gebruikt bij de lichtprocessie.

Bron: Heiligen.net

 

4e zondag door het jaar – C


Uit de profeet Jeremia 1, 4-5 + 17-19

Wanneer de zending van de profeet Jeremia in twijfel wordt getrokken, verzekert hij dat God hem heeft uitgekozen. Van God kreeg hij de opdracht een oordeel over de volken uit te spreken. Hij zal heel wat te verduren krijgen, maar God zal altijd bij hem zijn. Hij moet dus vastberaden volharden.

De Heer richtte zich tot mij:
‘Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had Ik je al aan Mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.
Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat Ik je opdraag. Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal Ik jou angst aanjagen in hun bijzijn.
Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk.
Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want Ik zal je ter zijde staan en je redden; spreekt de Heer.’

Psalm 71, 1-6 + 15-17

Refr.: Over uw macht zal ik spreken, Heer mijn God.

Bij U, Heer, schuil ik,
maak mij nooit te schande,
red en bevrijd mij, doe mij recht,
hoor mij en kom mij te hulp.

Wees de rots waarop ik kan wonen,
waar ik altijd heen kan gaan.
U hebt mijn redding bevolen,
mijn rots en mijn burcht, dat bent U.

Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken,
uit de greep van wrede onderdrukkers.
U bent mijn enige hoop, Heer, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.

Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was u het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.

Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid,
van uw reddende daden, dag aan dag,
hun aantal kan ik niet tellen.

Spreken zal ik over uw macht, Heer, mijn God,
de rechtvaardigen roemen van U alleen.
God, U onderwees mij van jongs af aan,
en steeds nog vertel ik uw wonderen.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 12, 31 – 13, 13

Vele en verscheidene genadegaven dragen er toe bij een christelijke gemeenschap op te bouwen. Maar zonder de liefde zijn zij van geen nut. De liefde bezielt gans het broederlijk samenleven. Zij is de grootste van alle gaven, de enige die zal blijven in het gelukzalig leven bij God.

Broeders en zusters,
richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen; had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen; had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn; had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde is geduldig en vol goedheid.
De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan; want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.
Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.
Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

 

Alleluia.

Het woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaardden
gaf Hij het vermogen
om kinderen van God te worden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 21-30

Hoewel Hij in Kafarnaüm werd aanvaard, wordt Jezus in Nazaret door de zijnen verworpen. Zoals Elia en Elisa richt Hij zich tot de heidenen om hen het heil van God aan te bieden. De woede en het geweld van zijn dorpsgenoten zijn een aankondiging van de dood van de Messias. Lucas schetst hier gans het verloop van het evangelie tot bij de Handelingen van de Apostelen. Het heil dat eerst werd aangeboden aan de Joden, zal zich uitstrekken tot alle volkeren.

In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
En Hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
Hij vervolgde: ‘Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman.’
Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten.
Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok.

Van Woord naar leven

‘Had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’? horen we bij Paulus vandaag.

Liefde is een werkwoord. Daarop ligt bij Paulus de klemtoon. Hij gebruikt niet minder dan vijftien werkwoorden om te bezingen wat de liefde allemaal doet, of juist niet doet. Men moet het wel goed verstaan. Het is niet de liefde die geen afgunst kent, die vreugde vindt in de waarheid en alles verdraagt. Het is de liefhebbende persoon. Je kunt veel goede en belangrijke dingen doen waar je trots op bent, maar als je niet liefhebt ben je niets.

Er moet ook iets gezegd worden over hoe men het sleutelwoord ‘liefde’ zelf moet verstaan. ‘Agapé’ staat er in het Grieks. Het is een typisch christelijk woord, onmogelijk goed in het Nederlands weer te geven. ‘Caritas’ zegt het Latijn, maar dit betekent dan veel meer en ook iets anders dan wat wij liefdadigheid noemen.
Eigenlijk hebben we een paar zinnen nodig. Heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad, zei Jezus, het mensgeworden woord van God, tegen zijn leerlingen (Joh. 13,34). Het is een bovenmenselijke opdracht. God is liefde. Hoe kunnen mensen van elkaar houden zoals God de mensen liefheeft?
Paulus spoort zijn lezers aan zich op de hoogste gaven te richten en wijst hen op de meest voortreffelijke weg. De liefde is de meest voortreffelijke gave. Een gave: dankzij de kracht van Gods genade kan het je lukken van mensen te houden zoals Hij hen liefheeft. Je moet hoog genoeg durven mikken, want onderweg zakt de pijl altijd. Liefhebbende mensen blijven altijd onder de maat van Gods liefde en mogen het daarom nooit opgeven.

Liefde is een werkwoord. Als haar hooglied in een huwelijksviering wordt voorgelezen, denkt men uiteraard en waarschijnlijk alleen aan de echtelijke liefde, aan wat de huwenden elkaar beloven. Hun gevoelens voor elkaar vertalen ze in werkwoorden. Maar het hooglied zingt over veel meer dan echtelijke liefde. Nergens spreekt het over enige voorkeur voor bepaalde personen. De liefde die het bezingt ontplooit zich niet binnen een gesloten cirkel. Ze trekt geen grenzen. Misschien past het daarom niet helemaal in een huwelijksviering. Ze riskeert het onrecht te doen.

Er bestaat een eeuwenoud liturgisch lied waarvan het korte refrein nog altijd bij veel gelegenheden graag wordt gezongen. Misschien kent u het van buiten, ook de mooie, ingetogen melodie die Taizé er aan gaf: Ubi caritas et amor, Deus ibi est.
In een bekende Nederlandse vertaling zingt men: ‘Daar waar liefde heerst en vrede, daar is God met ons.’ Mijn voorkeur gaat naar een vrije vertaling. ‘Waar de liefde aan het werk is, daar is God.’ Waar mensen elkaar liefhebben met de vele werkwoorden van de liefde en in alle vervoegingen van die werkwoorden, daar wordt zichtbaar en tastbaar wie en hoe God is. Zichtbaar en tastbaar ook voor mensen die niet in God geloven.

De liefde zal nooit vergaan, schrijft Paulus aan het einde van zijn hooglied. Hij bedoelt de goddelijke liefde. Die liefde is het die mensen het vermogen schenkt en de volharding om van elkaar te houden met de vele werkwoorden van de liefde.

Soms wordt het Griekse agapè vertaald als ‘liefde van de beste soort’. Ik zou zeggen: met minder dan het beste mag je geen genoegen nemen.

B.J. De Clercq. O.p.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
moge uw woord in ons
het profetisch vuur doen oplaaien
van uw liefde voor ieder die wij ontmoeten.
Door Christus, onze broeder de Heer,
Amen.