Lezingen van de dag – zondag 3 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Frederik van Hallum († 1175)

Frederik van Hallum (ook van Mariëngaarde) o.praem., Tongerlo, België; abt

Freerk Goslinga werd in het begin van de 12e eeuw geboren in het Friese plaatsje Hallum. Zijn vader verloor hij al vroeg. Maar van zijn moeder kreeg hij tezamen met zijn zusje een uitstekende opvoeding. De pastoor van zijn woonplaats, Feiko (of Feyko; soms Heiko genoemd), zag wel iets in Freerk. Hij begon hem Latijn te leren. Later liet hij hem op zijn kosten verder studeren in München. Op 25-jarige leeftijd werd hij te Utrecht priester gewijd. Daarna keerde hij terug naar Hallum als assistent van pastoor Feiko.

In deze tijd moeten we waarschijnlijk het volgende verhaal plaatsen. Van Freerk wordt verteld, dat hij vele mensen tot de christelijke levenswijze wist te bekeren. Toen hij als zielzorger werkte te Hallum, wist hij ook het hart van een zekere Wybren te raken, een berucht man uit het naburige dorpje Blija. De meeste mensen gingen hem het liefste uit de weg; hij had immers zelfs al een paar moorden op zijn geweten. Maar op een dag werd hij getroffen door een preek van pastoor Frederik. Omdat hij de pastoor wilde vragen, op welke manier hij boete kon gaan doen voor al zijn bedreven zonden, begaf hij zich naar diens huis om hem daar op te wachten. Frederik was echter nogal bang uitgevallen. Maar toen deze uit de verte die gevreesde bij hem voor de deur zag staan, maakte hij onmiddellijk rechtsomkeert en zette het op een lopen. Wybren, nu vastbesloten om zijn leven te beteren en vergeving te vragen, zette de achtervolging in. Frederik vluchtte de kerk binnen. Daar waren mensen onschendbaar, en kon geen misdadiger iets uitrichten. Uitgeput zonk hij bij het altaar neer. Maar Wybren kwam gewoon naar binnen; hij trok zich van het aloude asielrecht kennelijk ook al niets meer aan… Frederik vreesde, dat zijn laatste uur geslagen had. Maar de man die er zo vervaarlijk uitzag, wierp zich berouwvol op de grond en stortte zijn hart uit in een algemene biecht, smeekte om vergiffenis van al zijn zonden en vroeg om een passende penitentie. Frederik knipte zijn haren af en verwijderde alle versierselen van diens kleding, als teken van inkeer en boete. Daarop leidde Wybren verder het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar.

Na de dood van zijn moeder stichtte Freerk het Friese klooster Mariëngaard. De monniken volgden de premostratenzer regel van Norbertus; die was toen net nieuw. Frederik was een voorbeeldig monnik. Hij bad en vastte veel, was altijd goedgehumeurd en hulpvaardig. Zijn medebroeders vonden het zelfs een teken van zijn heiligheid dat hij tot op hoge leeftijd zonder stok liep. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken overgebracht naar het Belgische premostratenzer klooster te Tongerlo, tezamen met die van zijn opvolger Siardus.

Bron: Heiligen.net

 

zondag 8 door het jaar – C


Uit de wijsheid van Jezus Sirach 26,2.7-9.12-13.22-23

Door het woord drukt de mens zichzelf uit. Bij een goed mens zijn woorden dus als ’t ware zijn levensbron (Spr. 18, 4). Wij zijn hier niet ver van de evangelische uitspraak: waar de mond van vol is loopt het hart van over.

Als men de zeef schudt, blijft het kaf. En in het spreken ontdekt men het boze van de mens. Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Aan de vruchten van de boom erkent men de boomgaard, en aan de woorden van de mens zijn gezindheid. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft, want eerst op grond daarvan kan men een mens beoordelen.

 

Psalm 92, 4-6

Refr.: Laat ons loven de Naam van de Heer.

Het is goed de Heer te loven,
uw Naam te bezingen, Allerhoogste.

In de morgen te getuigen van uw liefde
en in de nacht van uw trouw.

Bij de klank van de tiensnarige harp
en bij het ruisend spel op de lier.

U verheugt mij, Heer, met uw daden,
ik juich om wat uw hand verricht.

Hoe groot zijn uw daden, Heer,
hoe peilloos diep uw gedachten.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 15, 54-58

Paulus herneemt hier in hymnische taal zijn grote thema’s over de verrijzenis (vv. 1-53). Christus, de overwinnaar op de dood, is de bron van nieuw leven. Dit zal al zijn vruchten geven bij onze eigen verrijzenis. Het is de liefde, de volheid van de Wet, die ons doet voortgaan naar da gelukkig eindpunt.

Broeders en zusters,
wanneer het vergankelijke met onvergankelijkheid is gekleed en het sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: “De dood is verslonden, de zege is behaald! Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel?” De angel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij gedankt, die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer. Daarom geliefde broeders en zusters, weest standvastig en onwankelbaar en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is.

 

Alleluia.

Gezegend de koning die komt,
in de naam van de Heer !
Vrede in de hemel en eer in de hoge.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 39-45

Lucas herneemt hier iets van de dubbele context van Matteüs, waar hij spreekt over het onderricht van valse profeten (Mt. 7, 15) en over de openbaringskracht van het woord (Mt. 12, 33). Lucas handelt over twee mensen die menen gids te mogen zijn van anderen (v. 39) en daarom menen hun naaste te mogen verbeteren (v. 42). Scherpzinnigheid en behendigheid tegenover zichzelf zijn de voorafgaande vereisten om vruchtbaar deze vorm van naastenliefde te mogen beoefenen. Immers men geeft slechts wat men waard is, wat men is in “zijn hart”. De leerlingen van Christus moeten erover waken het hart te laten primeren op elk formalisme en elke schijnheiligheid (v. 42). In de mate dat hij zonder voorbehoud het Woord van God heeft opgenomen, zal de leerling op zijn beurt in staat zijn uit de rijkdom van zijn hart een woord te spreken dat bij een ander de akker zal openen voor het goddelijk zaad.

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor: “Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil? De leerling staat niet boven zijn meester; maar hij zal ten volle gevormd zijn als hij is gelijk zijn meester. Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en waarom slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog? Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit. Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt. Een boom immers kent men aan zijn vruchten; men plukt geen vijgen van dorens, men oogst geen druiven van een braamstruik. Een goed mens brengt het goede te voorschijn uit de schat van goedheid in zijn hart; maar een slechte brengt het slechte te voorschijn uit zijn schat van slechtheid; want waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.”

Van Woord naar leven

‘Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort’, zegt Jezus ons vandaag.

Wat ons opvalt is dat Jezus hier twee keer het woord schatkamer gebruikt: een goede schatkamer en een slechte schatkamer. Maar beiden een schatkamer.
Een schat is iets waarvan je houdt, iets waar je blij mee bent, iets dat je diep koestert. Zoals je van het goede kunt houden, kun je dus schijnbaar ook van het kwade houden. Meer: je kan dat kwade koesteren, het bij je willen houden.

Een mens leeft vanuit zijn hart. Wiens hart gelijkt op een goede schatkamer leeft vanuit het goede. Wiens hart gelijkt om een slechte schatkamer leeft vanuit het kwaad in zijn hart.

Vraag is: hoe is het met ons hart gesteld ?
Is het een goede schatkamer, of is het een slechte schatkamer ?

Laat ons hopen het eerste. En enkel en alleen het eerste. Dus niet een beetje het eerste en een beetje het tweede, maar enkel het eerste.

Als ons hart gelijkt op een goede schatkamer mogen we ons diep gelukkig prijzen. Zulk een hart is namelijk vervuld van God zelf van wie alle Goeds komt. Vanuit Gods inwoning zullen we het goede, God zelf, belichamen. Hij zal dat door ons bewerkstelligen in zijn Zoon Jezus. Ja, Jezus zal in ons en met ons het goede handen en voeten geven. Wij samen, Hij en wij. En wij samen als gemeenschap in Hem.

Het hart dat op een slechte schatkamer gelijkt zal weinig goeds voortbrengen, integendeel. Het zal vruchten voortbrengen eigen aan de naam de Jezus het geeft: slechte vruchten dus.

Als we kijken naar ons dagelijks leven weten we dat het bij ons niet echt het ene of het andere is. Heel zeker eten we van beide walletjes. Eigenlijk is dat niet goed. Hoe verleidelijk het kwaad ook soms is: kwaad is kwaad, en daarmee uit. En eigenlijk zouden we daar kom-af mee moeten maken. Gewoon gedaan daarmee.

Laat ons bidden dat we daarvoor zouden kiezen. Radicaal. Laat ons de Heer om hulp vragen. Hij is gekomen voor de zieken, voor ieder dus die van de twee walletjes eet.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
moge ons hart vervuld zijn met uw aanwezigheid, met de mensgeworden goedheid van God. Mogen wij dan, vanuit deze goede schatkamer, goede vruchten voortbrengen: Gods vruchten. Vruchten van liefde en vrede, van vergeving en barmhartigheid, van eenheid en broederschap. Kom heilige Geest. Amen.