Lezingen van de dag – dinsdag 12 mei 2015

DINSDAG IN DE 6e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 16, 22-34

Christus laat zijn leerlingen niet in de steek: ook Petrus werd op wondere wijze bevrijd uit een kerker. Het laatste zinnetje uit deze lezing stelt ons de vraag of wij wel echt blij zijn in ons geloof… Of hebben wij iets verloren laten gaan van die frisheid en de vreugde van het jonge christendom…

De verzamelde menigte keerde zich tegen Paulus en Silas, waarna de stadsbestuurders hun de kleren van het lijf lieten scheuren en bevel gaven hen met stokslagen te straffen. Nadat ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken. Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor God. De andere gevangenen luisterden aandachtig naar hen. Plotseling deed zich een hevige aardschok voor, zodat de gevangenis op haar grondvesten trilde; alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los.
De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond.
Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’
Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’
En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde.
Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.

 

Psalm 138, 1 + 2 + 3 + 7c + 8

Refr.: Heer, uw rechterhand brengt mij redding.

Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden.90d4e4770e9d158fdaa817e38cfb564d

Ik wil mij buigen naar uw heilige tempel,
uw naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Uw rechterhand brengt mij redding,
de Heer zal mij altijd beschermen.

Heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 5-11

De volle waarheid van Jezus, het diep verstaan van wat Hij was en deed, zal pas doorbreken na de verrijzenis en de zending van de Geest. Hij zal inzicht geven. De wereld heeft zich vergist. Niet Jezus was de zondaar, maar de wereld, de mensen, zijn in zonde. In het oordeel over Jezus heeft de wereld zichzelf veroordeeld toen zij de boodschap van het heil verwierp. Ook vandaag helpt de Geest ons te oordelen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Nu ga Ik weg, naar Hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat U naartoe?”
Jullie zijn verdrietig, omdat Ik jullie dat gezegd heb. Werkelijk, het is goed voor jullie dat Ik ga, want als Ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als Ik weg ben, zal Ik Hem jullie zenden.
Wanneer Hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde–dat ze niet in mij geloven, gerechtigheid–dat Ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien, oordeel–dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.