Lezingen van de dag – dinsdag 19 mei 2015

DINSDAG IN DE 7e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 20, 17-27

Het geestelijk testament van Paulus is een oproep tot elkeen die verantwoordelijkheid draagt in de Kerk. Tevens is het een uitnodiging aan elke christen, om nooit zichzelf, maar altijd Jezus en God te zoeken, ook in de anderen. Paulus is steeds bekommerd geweest om de boodschap van Jezus. Hij heeft zich door die boodschap laten verteren als door een vuur: Paulus is liefde geworden voor alles en allen.

Vanuit Milete stuurde Paulus iemand naar Efeze met het verzoek aan de oudsten van de gemeente om bij hem te komen. Toen ze waren gearriveerd, sprak hij hen als volgt toe:
‘U weet hoe ik te midden van u geleefd heb, vanaf de eerste dag dat ik in Asia was: ik heb de Heer in alle nederigheid gediend en heb al het verdriet en de beproevingen als gevolg van de samenzweringen van de Joden doorstaan. U weet ook dat ik alles bekend heb gemaakt wat uw welzijn ten goede komt en dat ik u daarover in het openbaar en thuis heb onderricht. Zowel Joden als Grieken heb ik opgeroepen zich te bekeren tot God en te geloven in Jezus, onze Heer.
Nu ben ik op weg naar Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te wachten staat, behalve dan dat de heilige Geest me in iedere stad verzekert dat gevangenschap en vervolging mijn deel zullen zijn. Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.
Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien. Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben; ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met Gods wil.’

 

Psalm 68, 10 + 11 + 20 + 21

Refr.: Geprezen zij de Heer, dag aan dag.

U liet een milde regen neerdalen, God, hydrangeaarbores-23
en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht.

Uw kleine kudde ging er wonen,
in uw goedheid, God, gaf U het aan de zwakken.

Geprezen zij de Heer, dag aan dag,
deze God draagt ons en redt ons.

Onze God is een reddende God.
Bij God, de Heer, is bevrijding uit de dood.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 17, 1-11

Jezus’ gebed is als het ware een geestelijk testament. Hij roept ons op tot trouw aan onze zending: God brengen in onze wereld. God staat aan het begin en aan het einde van ons leven.

Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus.
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond. Ik heb aan de mensen die U mij uit de wereld gegeven hebt uw Naam bekendgemaakt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat U mij hebt gegeven, van U komt. Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U mij hebt gegeven, omdat zij van U zijn – alles wat van mij is, is van U, en alles wat van U is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.