Lezingen van de dag – dinsdag 22 sept 2020

dinsdag in week 25 door het jaar

Uit het boek Spreuken 21, 1-6 + 10-13

Als vrucht van zijn overtuiging stelt de schrijver hier twee reeksen spreuken voor. De eerste reeks onderlijnt vooral de oppervlakkigheid van ’s mensen kennis en de diepte van Gods kennis. Een tweede reeks benadrukt de neiging van de mens tot slechtheid waardoor hij steeds op zijn hoede moet zijn.

De gedachten van de koning zijn als waterstromen in de macht van de Heer, Hij leidt ze waarheen Hij maar wil.
Een mens kiest in zijn eigen ogen altijd de rechte weg, de Heer toetst wat hem innerlijk beweegt.
De Heer heeft liever dat je eerlijk en rechtvaardig handelt dan dat je een offer brengt.
Een hooghartige blik, een aanmatigend hart, wat een goddeloze uitstraalt is zondig.
De plannen van een vlijtig mens strekken hem tot voordeel, wie overijld te werk gaat, zal gebrek lijden.
Rijkdom verworven door bedrog is als een vluchtige adem op zoek naar de dood.
Een goddeloze is uit op het kwaad, hij toont geen medelijden met zijn medemens.
Als je een spotter terechtwijst, trekt die onervarene daar lering uit, als je een wijze berispt, vermeerdert zijn wijsheid.
De rechtvaardige God slaat de goddelozen gade, Hij stort ze in het verderf.
Wie zijn oren sluit voor het gejammer van de arme zal ooit zelf om hulp schreeuwen, en geen antwoord krijgen.

Psalm 119, 1 + 27 + 30 + 34 + 35 + 44

Refr.: Laat mij het pad gaan, Heer, van uw geboden.

Gelukkig wie de volmaakte weg gaan
en leven naar de wet van de Heer.

Leer mij de weg van uw regels begrijpen,
en ik zal uw wonderen overdenken.

Ik heb de betrouwbare weg gekozen,
met uw voorschriften voor ogen.

Geef mij inzicht, en ik zal uw wet volgen,
hem onderhouden met heel mijn hart.

Laat mij het pad gaan van uw geboden,
dat is mij het liefst.

Ik zal mij houden aan uw wet,
voor eeuwig en altijd.

Uit het evangelie volgens Lucas 8, 19-21

‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.’

In die dagen kwamen zijn moeder en zijn broers naar Jezus toe, maar ze konden niet bij Hem komen vanwege de menigte.
Zijn toehoorders zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen U spreken.’
Maar Hij antwoordde: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.