Lezingen van de dag – dinsdag 28 juni 2016

dinsdag in week 13 door het jaarbijbel


Uit de profeet Amos 3, 1-8 + 4, 11-12

Iedereen moet trachten in zijn leven Gods bedoelingen af te lezen. Wanneer wij oog hebben voor de tekenen zullen wij Gods besluiten daaruit kunnen leren. Zo bereiden wij ons voor om voor God te verschijnen.

Luister naar de woorden die de Heer tot jullie spreekt, Israëlieten, tot heel het volk dat Hij weggeleid heeft uit Egypte:
‘Uit alle volken op aarde heb Ik alleen jullie uitgekozen, en daarom zal Ik jullie voor al je wandaden straffen. Gaan er ooit twee samen op weg zonder bij elkaar te zijn gekomen? Brult ooit een leeuw in het struikgewas als hij geen prooi heeft? Gromt ooit een leeuw in zijn hol zonder iets te hebben gevangen? Duikt ooit een vogel in een klapnet neer als het aas ontbreekt? Slaat ooit een klapnet dicht zonder dat er iets te vangen is? Klinkt ooit in een stad de ramshoorn zonder dat haar inwoners bang worden? En geschiedt er ooit onheil in een stad zonder toedoen van de Heer?
Zo doet God, de Heer, niets zonder dat Hij zijn plan heeft onthuld aan zijn dienaren, de profeten. Een leeuw heeft gebruld; wie zou er niet vrezen?
Ik vernietigde jullie, zoals Ik Sodom en Gomorra vernietigd heb; jullie werden als een stuk zwartgeblakerd hout dat uit de vlammen is weggerukt: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd’, spreekt de Heer.
‘Daarom zal Ik tegen je optreden, Israël. Maak je gereed voor de komst van je God, Israël, want Ik ben het die tegen je zal optreden.’


Psalm 5, 5-8

Refr.: Leid mij, Heer, langs veilige wegen.

U bent een God die zich niet verheugt in het kwaad, Drieeenheid_2
bij U is de misdaad niet welkom.

Gewetenlozen houden geen stand onder de blik van uw ogen.
U haat allen die onrecht doen.

Leugenaars richt u te gronde.
U verafschuwt, Heer, wie bedriegt en bloed vergiet.

Maar ik mag door uw grote liefde uw huis binnengaan,
van ontzag vervuld mij buigen naar uw heilige tempel.


Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 23-27

De geleidelijke onthulling van Jezus’ persoon en bedoelingen had zijn redenen. Want anders zouden de mensen Hem verkeerd hebben verstaan. De wonderen die Hij verrichtte, hier het stillen van de storm, hielpen mee om het gelovig verstaan van de leerlingen te helpen oriënteren in de juiste richting.

Jezus stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem.
Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep.
Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’
Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.
De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.