Lezingen van de dag – dinsdag 5 mei 2015

DINSDAG IN DE 5e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 19-28

We lezen over de eerste missiereis van Paulus en Barnabas. Beiden sporen de jonge christengemeenten aan in het geloof te volharden en ondanks vele kwellingen het Rijk Gods binnen te gaan. Verantwoordelijke leiders zullen onder hen de eenheid bevorderen. Bij hun thuiskomst melden de apostelen hoe God door hen de poort van het geloof geopend heeft voor de heidenen.

Na verloop van tijd kwamen er Joden uit Antiochië en Ikonium die de mensen ompraatten. Ze stenigden Paulus en sleepten hem vervolgens de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was.
Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, kwam hij overeind en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië.
Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.
Na hun reis door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, waar ze in Perge de heilsboodschap verkondigden.
Vervolgens reisden ze verder naar Attalia.
Van daar gingen ze per schip naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods genade waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht.
Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe Hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend.
Ze bleven nog geruime tijd bij de leerlingen.

 

Psalm 145, 10 + 11 + 12 + 13 + 21

Refr.: Uw werken, Heer, maken uw kracht aan de mensen bekend.

Laten al uw schepselen U loven, Heer, IconOfTheHolyAngel
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer,
en alles wat leeft zijn heilige Naam prijzen,
tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 27-31

De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.