Lezingen van de dag – donderdag 25 juni 2020

 

donderdag in week 12 door het jaar


Uit het tweede boek Koningen 24, 8-17

De hervorming van koning Jojakin hield niet lang stand. Hij werd zoals zijn voorgangers ontrouw aan het verbond en God hield de Babyloniërs niet langer tegen om de koning en alle dappere mannen in ballingschap weg te voeren.

Jojachin was achttien jaar oud toen hij koning werd. Drie maanden regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Nechusta, de dochter van Elnatan, uit Jeruzalem. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer, precies zoals zijn vader.
Het was in die tijd dat veldheren van koning Nebukadnessar van Babylonië tegen Jeruzalem optrokken en de stad belegerd werd. Toen koning Nebukadnessar zelf voor de omsingelde stad verscheen, gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Nebukadnessar haalde alle schatten weg uit de tempel van de Heer en het koninklijk paleis en haalde alle gouden versieringen los die koning Salomo van Israël in de grote zaal van de tempel had aangebracht, zoals de Heer had voorzegd.
Heel Jeruzalem werd in ballingschap weggevoerd: alle legeraanvoerders en alle krijgslieden, tienduizend man, en alle handwerkslieden en smeden; alleen de onaanzienlijksten van het gewone volk bleven achter.
Koning Jojachin werd als balling meegevoerd naar Babel, samen met zijn moeder, zijn vrouwen, zijn kamerheren en de notabelen. Ook zevenduizend militairen en duizend handwerkslieden en smeden, allen betrokken bij het krijgsbedrijf, werden door de koning van Babylonië in ballingschap weggevoerd.
Hij stelde Mattanja, een oom van Jojachin, in diens plaats als koning aan en veranderde zijn naam in Sedekia.

 

Psalm 79, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 8 + 9

Refr.: God van ons heil, om uw Naam, bevrijd ons.

God, vreemde volken hebben uw land bezet,
uw heilige tempel geschonden
en Jeruzalem in puin veranderd.

De lijken van uw dienaren lieten zij liggen
als aas voor de vogels van de hemel,
het vlees van uw getrouwen als voedsel
voor de wilde dieren op aarde.

Hun bloed werd als water vergoten
rond Jeruzalem, en niemand die hen begroef.
Gehoond worden wij door onze naburen,
beschimpt en bespot door de volken rondom.

Hoe lang nog, Heer ! Bent U voor eeuwig verbolgen ?
Hoe lang blijft uw woede branden ?
Reken ons de zonden van vroeger niet aan.

Toon erbarmen en haast U, want onze ellende is groot,
help ons, God, bevrijd ons, tot eer van uw roemrijke Naam,
red ons en bedek onze zonden, omwille van uw Naam.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21-29

Jezus eindigt zijn bergrede met de vermaning ons te hoeden voor schijnheiligheid. Ons geloof in Christus belijden helpt niets, grote activiteiten in zijn naam al evenmin, als wij God beliegen door eigen gedrag. De beste manier om naar Jezus’ woord te luisteren is het in praktijk brengen.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand., Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’
Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun Schriftgeleerden.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.