Lezingen van de dag – donderdag 27 aug 2020

 

donderdag in week 21 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 1, 1-9

De eerstvolgende dagen lezen wij als eerste lezing uit de brief van Paulus aan de Korintiërs. De lokale kerk van Korinte ziet Paulus als model van de universele Kerk. In Christus is Korinte rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes. Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de Naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook, bij hen en bij ons. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
Ik dank mijn God altijd voor u, omdat Hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest.
Hij is het ook die u tot het einde toe de zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus.
God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw.

 

Psalm 145, 2-7

Refr.: Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Laat geslacht na geslacht van uw schepping verhalen,
uw machtige daden verkondigen.

Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.

Laten zij getuigen van uw geduchte daden,
ook ik wil van uw grootheid vertellen.

Laten zij de roem van uw goedheid verbreiden,
uw gerechtigheid luid bezingen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 24, 42-51

In een toespraak over de eindtijd, spoort Jezus ons aan waakzaam te zijn en onze tijd goed te gebruiken. Wij kennen dag noch uur van de laatste komst van de Heer.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wees waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.
Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn Heer komt. Ik verzeker jullie: Hij zal hem aanstellen over alles wat Hij bezit.
Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn Heer blijft voorlopig nog weg, en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. Dan zal de Heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en Hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.