Lezingen van de dag – donderdag 30 april 2015

DONDERDAG IN DE 4e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 13-25

Paulus en Barnabas reizen naar Antiochiê waar Paulus preekt in de synagoge. Hij resumeert voor de gelovige Joden de heilsgeschiedenis van het Oude Testament en de vervulling van de messiaanse profetiën in Jezus. Hij zegt dus dat de heilsgeschiedenis verdergaat. Hij tracht een brug te slaan tussen oud en nieuw.

Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem. Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië.
Daar aangekomen gingen ze op sabbat naar de synagoge en namen er plaats. Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de synagoge gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’
Paulus stond op, gebaarde om stilte en zei:
‘Israëlieten en alle anderen die God vereren, luister naar wat ik u te zeggen heb. De God van het volk van Israël heeft onze voorouders uitverkozen; Hij heeft hen, toen ze als vreemdelingen in Egypte woonden, groot en machtig gemaakt. Met opgeheven arm heeft Hij onze voorouders weggeleid uit Egypte, en ongeveer veertig jaar lang heeft Hij hen in de woestijn geduldig verdragen.
In Kanaän onderwierp Hij zeven volken, en hun land gaf Hij in bezit aan onze voorouders. Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar.
Vervolgens stelde Hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de profeet Samuël.
Daarna vroeg het volk om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin, die veertig jaar regeerde.
Toen stootte God hem van de troon en maakte David koning, van wie Hij getuigde: “In David, de zoon van Isaï, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.”
En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus.
Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen. Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 21 + 22 + 25 + 27

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen !

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen, rublev_large
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

In David vond ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.

Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,
door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt !

 

Uit het evangelie volgens Johannes 13, 16-20

Er is een diepe eenheid, een communio, tussen Jezus en zijn leerlingen van alle tijden. Echt-christen zijn zal vragen: tot de dienstbaarheid van Christus groeien. Dat is bereid zijn onszelf weg te cijferen voor elkaar. We zullen op tegenstand stuiten, misschien ook in onszelf. We moeten Christus ook aanvaarden als Hij ons in medemensen tegemoet treedt.

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen, zei Hij tot hen:
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Ik doel niet op jullie allemaal: Ik weet wie Ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat Ik het ben.
Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.