Lezingen van de dag – donderdag 7 mei 2015

DONDERDAG IN DE 5e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 15, 7-21

Petrus spreekt op het concilie te Jeruzalem. Hij is de leider der christenen. Hij breekt een lans voor grote openheid. Jakobus, bisschop van Jeruzalem, Paulus en Barnabas, komen eveneens op voor pluralisme; voor God zijn allen gelijk: besneden Joden en onbesneden heidenen, als ze maar achter Christus staan en Hem volgen. Gods heilswerk mag door de mensen niet afhankelijk gemaakt worden van onnodige voorwaarden.

Nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis , nam Petrus het woord en sprak tot de apostelen en de oudsten:
‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals Hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’
Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht.’

Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei:
‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer Ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal Ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’

 

Psalm 96, 1 + 2 + 3 + 10

Refr.: Meld aan alle naties de heerlijkheid van de Heer.

Zing voor de Heer een nieuw lied, ic-an067-icon-holy-guardian-angel
zing voor de Heer, heel de aarde.

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

Zeg aan de volken:
De Heer is koning.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 9-11

Al wat er in ons is aan liefdeloosheid, is ongeloof, eigenlijk goddeloosheid. Liefde, het onderhouden van de geboden, en vreugde: dat zijn de kenmerken van leven volgens het evangelie.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad.
Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.