Lezingen van de dag – maandag 25 mei 2015

Gisteren, met Pinksteren, sloten we de Paastijd af. Pinksteren is als het ware het slotakkoord van de Paastijd. Vandaag hernemen we de ‘tijd door het jaar’ en dit tot aan de advent. Vanaf vandaag vervolgen we de achtste week door het jaar.

MAANDAG IN WEEK 8 DOOR HET JAAR

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 17, 24-29

De schrijver van dit boek doet een dringende oproep tot bekering, door de zonden na te laten en minder aanstoot te geven. Onze situatie is nooit zo slecht dat God ons niet meer zou opnemen. Hij blijft telkens nieuwe kansen geven aan iedereen die ervoor open staat.

Wie berouw heeft geeft de Heer een nieuwe kans, wie de hoop verliest moedigt Hij aan. Wend je tot de Heer, zondig niet langer, bid tot Hem, geef Hem zo weinig mogelijk aanstoot. Keer terug tot de Allerhoogste, keer je af van onrecht, want Hijzelf leidt je uit de duisternis naar het genezende licht. Haat alles wat gruwelijk is ten diepste. Wie zal in het dodenrijk de Allerhoogste loven, zoals de levenden, die voor Hem een danklied zingen? Een dode vergaat, zijn dankzegging sterft, wie leeft en gezond is prijst de Heer.
Hoe groot is de barmhartigheid van de Heer, hoe genadig is Hij voor wie zich tot Hem keert.

 

Psalm 32, 1 + 2 + 5 + 6 + 7

Refr.: Heer, U omringt mij met gejuich van bevrijding.

Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven,
van wie de zonden worden bedekt.
Gelukkig als de Heer zijn schuld niet telt,c3c44b529b6358d1d3aa10fbb7fde548
als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

Toen beleed ik U mijn zonde,
ik dekte mijn schuld niet toe,
ik zei: ‘Ik beken de Heer mijn ontrouw’,
en U vergaf mij mijn zonde, mijn schuld.

Laten uw getrouwen dus tot U bidden
als zij in zichzelf een zonde vinden.
Stormt dan een vloed van water aan,
die zal hen niet bereiken.

Bij U ben ik veilig,
U behoedt mij in de nood
en omringt mij met gejuich van bevrijding.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 17-27

Rijkdom en aards bezit kunnen de mens volslagen in hun macht krijgen. De jonge idealist uit het evangelie weet dat de platgetreden weg van de wetsvervulling niet voldoende is voor hem. Als Jezus hem vraagt zich totaal te ontdoen van zijn bezittingen en Hem na te volgen, gaat hij ontdaan heen. De verbijstering over Jezus’ eis slaat ook over op de leerlingen. Alleen Gods kracht in de mens kan bewerken dat iemand dit offer brengen kan.

Toen Jezus zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’
Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’
Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’
Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
De leerlingen schrokken van zijn woorden.
Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.