Lezingen van de dag – maandag 31 aug 2020

maandag in week 22 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 2, 1-5

In Athene had Paulus de grootste ontgoocheling opgelopen door te steunen op wetenschap, welsprekendheid en geleerdheid. Voortaan is zijn enige kracht: Christus en zijn kruis. Het geloof moet niet steunen op menselijke wijsheid maar op de Geest die getuigt van het paasgebeuren van Christus.

Broeders en zusters,
toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus–de gekruisigde. Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker.
De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan.

Psalm 119, 97-102

Refr.: Heer, van uw voorschriften wijk ik niet af.

Hoe lief heb ik uw wet,
heel de dag is hij in mijn gedachten.

Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden,
ik ben er eeuwig mee verbonden.

Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters,
want ik overdenk uw richtlijnen.

Ik heb meer inzicht dan ouderen,
want uw regels volg ik op.

Mijn voeten mijden elk pad dat slecht is,
zo kan ik mij houden aan uw woord.

Van uw voorschriften wijk ik niet af,
U bent het die mij onderricht.

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 16-30

In de synagoge van Nazaret verklaart Jezus dat de woorden uit de profeet Jesaja nu in vervulling zijn gegaan. Gods Geest rust op Hem. Hij is de gezalfde, de Christus, gezonden om de Blijde Boodschap te verkondigen. In Nazareth vindt Hij geen gehoor, maar bij de heidenen wel. Zijn boodschap is er voor allen.

Jezus kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge.
Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht.
Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
En Hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
Hij vervolgde: ‘Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman.’
Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten.
Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.