Lezingen van de dag – woensdag 13 mei 2015

WOENSDAG IN DE 6e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 17, 15 + 22 – 18, 1

Wat de mensen ervaren, gaat Paulus gebruiken om hen naar God te brengen.

Paulus’ begeleiders brachten hem naar Athene en keerden daarna weer terug, met de opdracht om tegen Silas en Timoteüs te zeggen dat ze zich zo spoedig mogelijk bij hem moesten voegen. Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei:
‘Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen.
De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, Hij die over hemel en aarde heerst, woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels. Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat Hij nodig heeft, Hij die zelf aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt.
Uit één mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft Hij een tijdperk vastgesteld en Hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.
Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is.
Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit Hem komen ook wij voort.”
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
God slaat echter geen acht op de tijd waarin men Hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, want Hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop Hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die Hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft Hij geleverd door Hem uit de dood te doen opstaan.’
Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.’
Zo vertrok Paulus uit hun midden.
Toch sloten enkelen zich bij hem aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen.
Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinte.

 

Psalm 148, 1 + 2 + 11 + 12 + 14

Refr.: Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Loof de Heer, bewoners van de hemel,
loof Hem daar in de hoogten. 2304c68a9c27a0254aab74367bc7f60d
Loof Hem, al zijn herauten,
loof Hem, heel zijn engelenmacht.

Koningen van de aarde en alle naties,
vorsten en alle leiders van de aarde,
jonge mannen en jonge vrouwen,
oud en jong tezamen.

Hij verhoogt het aanzien van zijn volk,
de roem van al wie Hem trouw zijn,
het volk van Israël, dat Hem nabij is.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 12-15

Elke tijd, elke generatie, moet de waarheid zoeken, dit is: zoeken wat het Woord Gods voor haar betekent. In dat zoeken zijn we niet alleen, de Geest is bij ons. Wat aan verdieping, bezinning en zoeken gebeurt in de Kerk, is zijn werk.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.
De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij mij eren.
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.