Lezingen van de dag – zaterdag 25 april 2015

MARCUS – EVANGELIST    (feest)

Uit de eerste brief van Petrus 5, 5b-14

U groet mijn zoon Marcus.

Dierbaren, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade. Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal Hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart.
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan.
Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u.
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde.
Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.

 

Psalm 89, 2 + 3 + 6 + 7 + 16 + 17

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen, alleluia.

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand, rublev_large
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

Heer, laat de hemel dit wonder prijzen,
laat de kring van hemelingen U loven om uw trouw.

Want wie daar boven kan de Heer evenaren,
wie van de goden zich meten met de Heer.

Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt
en leeft, Heer, in het licht van uw gelaat.

Juichend roepen zij uw naam, dag aan dag,
door uw gerechtigheid richten zij zich op.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 16, 15-20

‘Maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend’.

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei:
‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.
Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.
Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’
Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.
En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.