Lezingen van de dag – zaterdag 5 sept 2020

zaterdag in week 22 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 6-15

Elke christen wordt bedreigd door de bekoring de gaven voor anderen bestemd, tot eigen nut te misbruiken. Zelfs in het geven kan hij anderen hooghartig onderdrukken. Dit is totaal misplaatst. Wij zijn wat wij zijn door Christus, die ons alles heeft toevertrouwd voor anderen. Zo heeft Paulus het evangelie beleefd.

Broeders en zusters,
ik heb over Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van u. U moet namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd u aan wat geschreven staat. U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.
Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?
Maar natuurlijk–u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, u bent al koningen geworden zonder ons. Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn.
Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.
Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.

Psalm 145, 17-21

Refr.: De Heer waakt over wie Hem liefhebben.

Rechtvaardig is de Heer in alles wat Hij doet,
zijn schepselen blijft Hij trouw.

Allen die Hem aanroepen is de Heer nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.

Hij vervult het verlangen van wie Hem eren,
Hij hoort hun klacht en komt te hulp.

De Heer waakt over wie Hem liefhebben,
maar wie Hem afwijzen, vaagt Hij weg.

Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer,
en alles wat leeft zijn heilige naam prijzen,
tot in eeuwigheid.

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 1-5

Wetten zijn er nodig en voorschriften ook. Maar ze mogen niet gehandhaafd worden ten koste van mensen, noch ten koste van de persoonlijke ontmoeting tussen God en mensen. Daarom moeten voorschriften en wetten als hulpmiddel gezien worden om tot de echte evangelische geest te komen.

Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan.
Enkele Farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?’
Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’
En Hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.