Lezingen van de dag – zondag 13 sept 2020

zondag 24 door het jaar – A

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 27, 30 – 28, 7

Het oordeel komt aan God toe. De mens mag zich dit recht niet toe-eigenen. Meer nog, de geschiedenis van het Verbond is die van een voortdurende vergeving, steeds opnieuw. De mens moet de goddelijke barmhartigheid navolgen.

Wrok en woede zijn afschuwelijk, een zondig mens geeft eraan toe.
Wie wraak neemt zal de wraak van de Heer ondervinden, de Heer zal zijn zonden niet vergeten.
Vergeef je naaste het onrecht dat hij deed, dan worden, als je bidt, ook jou je zonden vergeven.
Hoe kan een mens die woede koestert tegen een ander bij de Heer om verzoening vragen?
Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met een ander om vergeving voor zijn eigen zonden bidden?
Je bent maar een mens: als je in je woede volhardt, wie zal dan je zonden vergeven?
Denk aan het einde en wees niet langer vijandig, denk aan je dood en vergankelijkheid, en houd je aan de geboden.
Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste, denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie fouten door de vingers.

Psalm 103, 1-4 + 9-12

Refr.: De Heer kroont u met trouw en liefde.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen.
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.
Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen14, 7-9

Hij die geschreven heeft ‘Voor mij is leven Christus’, belijdt hier opnieuw zijn geloof: ons toebehoren aan de verrezen Heer verandert het leven en zelfs de dood.

Broeders en zusters,
niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.
Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden.

Alleluia.

Een nieuw gebod geef Ik u,
zegt de Heer:
gij moet elkaar liefhebben,
zoals Ik u heb liefgehad.

Alleluia.

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 21-35

In het oog van God is elk van ons een schuldenaar, die niet kan betalen. Maar in zijn goedheid heeft God heel onze schuld zomaar kwijtgescholden. Omwille van deze royale vergeving moeten ook wij onze broeders en zusters vergeven, oprecht en geheel.

Petrus kwam bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.