Lezingen van de dag – zondag 20 dec. 2015

4e ZONDAG VAN DE ADVENT – C


Uit de profeet Micha 5, 1-4a

De Messias-Koning zal komen uit een dorp zonder groots verleden. Uit een bescheiden vrouw zal de Herder der volkeren geboren worden. Gods macht openbaart zich in kleine mensen. Maria zal Hem, die de hemelen niet kunnen omvatten, in haar schoot dragen.

Dit zegt de Heer:
‘Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.
Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten.
Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de Heer, zijn God, met de majesteit van diens verheven naam.
Zij zullen veilig wonen, want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, en hij brengt vrede.’

 

Psalm 80, 2 + 3 + 15 + 16 + 18 + 19

Refr.: Heer God, laat uw kracht ontwaken.

Hoor ons, herder van Israël, 0793a0fae18b6d8b626bd5f3fb5ddecb
die Jozef leidt als een kudde.
U die troont op de cherubs,
verschijn in luister aan Efraïm, Benjamin en Manasse.

Laat uw kracht ontwaken, kom, en red ons.
God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer U om deze wijnstok,
de stek die uw hand heeft geplant,
het kind dat U zelf hebt grootgebracht.

Leg uw hand op uw beschermeling,
het mensenkind dat U hebt grootgebracht.
Dan zullen wij niet van U wijken.
Laat ons leven, en wij roepen uw Naam.

 

Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 10, 5-10

Enkele dagen voor Kerstmis herinnert de brief aan de Hebreeën er ons aan dat onze Redder een menselijk lichaam had, en dat Hij leefde op het ritme van het hart van een mens. Dit lichaam heeft Hij overgeleverd aan het kruis. Zijn hart heeft hij ingezet om de wil te doen van de Vader. Zo is Christus de volmaakte hogepriester, de bron van onze heiliging.

Broeders en zusters,
als Christus in de wereld komt, zegt Hij tot de Vader: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, maar U hebt mij een lichaam gegeven; brand– en reinigingsoffers behaagden U niet. Toen heb Ik gezegd: “Hier ben Ik”, want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’
Eerst zegt Hij: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, brand– en reinigingsoffers behaagden U niet’ – daarmee bedoelt Hij de offers die volgens de wet worden gebracht.
Dan zegt Hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen’, waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn.
Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Alleluia.LightingaCandle_619742785

Zie de dienstmaagd van de Heer,
mij geschiede naar uw woord.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 39-45

David danstte voor de ark van God. Johannes schoot op in de schoot van zijn moeder bij het bezoek van Maria. Zij is de ark van het nieuwe verbond, zij droeg de Messias in haar schoot. De komst van God beantwoordt aan de verwachting van de mensheid . Wanneer wij in geloof openstaan voor de Belofte wordt deze ontmoeting bron van heil.

In die dagen reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette.
Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.