Lezingen van de dag – zondag 20 sept 2020

zondag 25 door het jaar – A

Uit de profeet Jesaja 55, 6-9

Vermits Gods wegen niet onze wegen zijn, heeft de zondaar geen enkele reden om zijn bekering te omzeilen. Als hij berouw toont zal hij vergeving vinden.

Zoek de Heer nu Hij zich laat vinden, roep Hem terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de Heer, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven.
Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de Heer. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen.

Psalm 145, 2 + 3 + 8 + 9 + 17 + 18

Refr.: Treed onbezorgd voor Gods aanschijn.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Genadig en liefdevol is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

Rechtvaardig is de Heer in alles wat Hij doet,
zijn schepselen blijft Hij trouw.

Allen die hem aanroepen is de Heer nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 1, 20c-24 + 27a

Vanuit de gevangenis, met het oog op een mogelijke terdoodveroordeling, maakt Paulus zijn gevoelens bekend aan zijn broeders. Hij verzaakt aan de vreugde om Christus te vervoegen omdat hij verkiest zijn evangelisch werk verder te zetten onder zijn broeders.

Broeders en zusters,
of ik nu in leven blijf of moet sterven, voor mij is leven Christus en sterven winst. Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven.
Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus.

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
opdat wij de woorden van uw Zoon
zouden begrijpen.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Matteüs 20, 1-16a

Het is nutteloos te redetwisten over de logica of de sociale draagwijdte van de houding van de wijngaardenier. Het gaat om God en dan is er geen sprake meer van loon of vergoeding. Zij die het laatst aangekomen zijn, genieten evengoed van Gods goedheid, als zij die het eerst werden geroepen, het volk van Israël.

Jezus vertelde aan zijn leerlingen de volgende gelijkenis:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard.
Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” En ze gingen erheen.
Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren.
Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand wilde ons in dienst nemen”, antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.”
Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.”
En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.”
Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?”
Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.