Lezingen van de dag – zondag 24 mei 2015

PINKSTEREN      (hoogfeest)

Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 1-11

De vijftigste dag na Pasen – wat Pinksteren betekent – herdachten de Joden de overhandiging van de Wet op de berg Sinaï. In deze context plaatst Lucas de gave van de Geest, de geboorte van de Kerk en het heil voor gans het heelal in Christus.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’

 

Psalm 104, 1ab + 24 + 29-30 + 34

Refr.: Zend uw Geest, en maak uw schepping weer nieuw.

Prijs de Heer, mijn ziel. Heer,
mijn God, hoe groot bent U. 22a1915828cf25bf24584e27e43fa473
Hoe talrijk zijn uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.

Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst,
ontneem hun de adem en het is met hen gedaan,
dan keren zij terug tot het stof dat zij waren.
Zend uw adem en zij worden geschapen,
zo geeft U de aarde een nieuw gelaat.

Moge mijn lofzang de Heer behagen,
zoals ik mijn vreugde vind in Hem.

 

Uit de brief van Paulus aan de Galaten 5, 16-25

Leven onder stuwing van de Geest betekent deelhebben aan de dood en de verrijzenis van de Heer. Het is zich vrijmaken van een natuur die getekend is door de zonde en door kleinzielige eigenliefde. Het betekent zich openstellen voor een levenswijze waarin Christus zelf de norm wordt van elke inzet: ‘Ik ben het niet die leeft, maar Christus in mij’.

Broeders en zusters,
laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt.
Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.
Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.
Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.

 

Alleluia.images

Kom, heilige Geest,
vervul het hart van uw gelovigen,
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 26-27 + 16, 12-15

De heilige Geest zal ons leiden naar de volle waarheid.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wanneer de Pleitbezorger komt die Ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen. Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij mij geweest.
Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij mij eren.
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.