Lezingen van de dag – zondag 26 juni 2016

13e zondag door het jaar – C


Uit het eerste boek Koningen 19, 16b + 19-21

Elisa wordt geroepen de profeet Elia te volgen en zijn opvolger te worden. Om te voldoen aan de eisen van zijn nieuwe levenssituatie verlaat hij definitief de zijnen en offert geheel zijn bezit.

In die dagen zei de Heer tot Elia: ‘Jij moet Elisa, de zoon van Safat, uit Abel–Mechola, tot je eigen opvolger zalven.’
Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen.
Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. ‘Laat mij afscheid nemen van mijn vader en moeder’, zei hij, ‘dan zal ik met u meegaan.’
Doe wat je wilt’, zei Elia. ‘Ik dwing je nergens toe.’
Elisa ging terug, slachtte zijn ossen, braadde het vlees op het hout van hun juk en bood het zijn knechten aan. Daarna ging hij met Elia mee als zijn dienaar.


Psalm 16, 1-11

Refr.: Heer, niemand gaat U te boven.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer,
mijn geluk, niemand gaat U te boven.

Maar tot de goden in dit land,
de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
Wie u volgt, wacht veel verdriet. Drieeenheid_2
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.
Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.
Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.
U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 5, 1 + 13-18

Christus roept ons tot echte vrijheid, niet tot willekeur. Deze laatste is vrucht van de zelfzucht, die leidt tot vernietiging. De ware vrijheid komt voort uit een gebod: de wederzijdse liefde. Zij is de vrucht van de Geest die leidt naar het leven.

Broeders en zusters,
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.
U bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden.
Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.

 
Alleluia.eucharist
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer,
en ik ken ze en ze volgen mij.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 9, 51-62

Jezus heeft moed nodig om de weg naar Jeruzalem te gaan. Hij weet dat Hij zal lijden en sterven. Hij weet ook dat deze weg leidt naar het leven. Daarom durft Hij anderen aanzetten Hem te volgen. Zijn leerlingen moeten daarom alle valse zekerheden opgeven, niets verkiezen boven het levenswerk van het koninkrijk en vastberaden voortgaan zonder om te zien naar het verleden.

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’
Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.
Ze gingen verder naar een ander dorp.

Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal U volgen waarheen u ook gaat.’ Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Tegen een ander zei Hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’
Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.