Lezingen van de dag – zondag 6 sept 2020

zondag 23 door het jaar – A


Uit de profeet Ezechiël 33, 7-9

Het Babylonische leger maakt zich klaar om heel het Nabije Oosten te veroveren. In het vooruitzicht van een aanval op Jeruzalem worden op alle strategische punten en op de wallen wachters uitgezet. De profeet Ezechiël zet deze situatie om in morele orde. Hiermee verduidelijkt hij dat, ook als het niet van hem afhangt of de boosdoeners zich zullen bekeren, hij hen toch moet waarschuwen voor wat hen te wachten staat. Hoe fijngevoelig de evangelische broederlijke vermaning is, duikt hier reeds op.

Zo spreekt de Heer:
‘Jou, mensenkind, heb Ik als wachter aangesteld voor het volk van Israël. Als je mijn woorden hoort moet je hen namens mij waarschuwen. Als Ik tegen een slecht mens zeg dat hij zal sterven, en jij zegt hem niet dat hij een andere weg moet inslaan, dan zal hij sterven door zijn eigen schuld, maar jou zal Ik voor zijn dood ter verantwoording roepen. Maar als je hem gewaarschuwd hebt dat hij een andere weg moet inslaan en hij doet dat niet, dan sterft hij door zijn eigen schuld, maar jij zult het er levend afbrengen.’

Psalm 95, 1 + 2 + 6 + 7 + 8 + 9

Refr.: Luister vandaag naar de stem van de Heer.

Kom, laten wij jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.

Laten wij Hem naderen met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.

Ja, Hij is onze God
en wij zijn het volk dat hij hoedt.

Wij zijn de kudde door zijn hand geleid.
Luister vandaag naar zijn stem.

Wees niet koppig als bij Meriba,
als die dag bij Massa, in de woestijn.

Toen jullie voorouders mij op de proef stelden,
mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 13, 8-10

De liefde, de nieuwe wet van Christus, kent geen grenzen. De christen is dus nooit ontslagen van de verplichtigen die de naastenliefde hem oplegt.

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’; deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

Alleluia.

God was het die in Christus
de wereld met zich verzoende,
en Hij gaf ons de boodschap
van de verzoening.

Alleluia.

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 15-20

Om de verhoudingen binnen de gemeenschap te verduidelijken bepaalt de evangelist de houding die moet aangenomen worden tegenover broeders en zusters die aanstoot geven. Alles moet aangewend worden om hen terug te brengen binnen de gemeenschap van de Kerk. Want van haar innerlijke samenhorigheid rond Christus hangt de doentreffendheid af van haar gebed.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt.
Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn.
Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.