maandag in week 28 door het jaar

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 1, 1-7

Jezus Christus was trouw aan de opdracht van de Vader ten einde toe. Daarom heeft de Vader Hem doen verrijzen en Hem aangesteld tot Messias. Van deze Christus is Paulus de apostel.

Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen, dat al bij monde van zijn profeten in de heilige geschriften is beloofd: het evangelie over zijn Zoon, een mens voortgekomen uit het nageslacht van David, aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen Hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood.
Hij heeft mij de genade geschonken apostel te zijn, opdat ik omwille van Hem aan alle volken gehoorzaamheid en geloof zou verkondigen; ook aan u, die geroepen bent door Jezus Christus.
Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Psalm 98, 1-4

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde !

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw,
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

Alleluia.
Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 11, 29-32

Zoals sommige Joden van toen, verwachten ook vandaag veel mensen klare en duidelijke tekens eer zij beweren te kunnen geloven. Dikwijls vergeet men dat Jezus zelf het teken bij uitstek is, gezonden door de Vader, genadevol voor ieder die Hem ontvangt.

Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei Jezus:
‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona. Zoals Jona een teken was voor de inwoners van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken voor deze generatie zijn. Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan Salomo! Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier zien jullie iemand die meer is dan Jona!’

Van Woord naar leven

Een mens is pas helemaal mens, als hij in staat is om zich te geven aan Iemand die groter is. Ons kleine menszijn, opgesloten in de kleine wereld van ons eigen ‘ik’, wordt door het geloof opengebroken en voorzien van de mogelijkheid om ons te geven aan God, onze Heer, die van zijn kant met uitgestrekte armen voor ons staat om ons te ontvangen, ons in zich op te nemen, want hier is méér, zegt Jezus, méér dan Salomo, méér dan Jona.

Daarbij doet Hij een beroep op de kennis van de geschriften, verhalen uit het Oude Verbond van een zekere koningin uit het Zuiden, uit het zuidland, ergens uit het Oosten wil dat zeggen, van het uiteinde der aarde, van heel ver weg. Ze had in haar verre land gehoord over Salomo, de man die zo wijs was en zo rijk. Ze wilde zelf wel eens zien wat ze over deze man had gehoord. Ze gaat op reis met een hele stoet kamelen, met geschenken, rijkdommen, klederen, parels, reukwerken, dienaren en knechten. Ze komt bij Salomo in zijn paleis in Jeruzalem aan en warempel: het was waar wat er van hem gezegd werd. Het was niet alleen waar wat ze gehoord had, maar het was nog veel meer. Zijn wijsheid was wijzer, zijn rijkdom rijker, zijn macht groter, zijn dienaren talrijker, zo staat het er, het kon gewoonweg niet op.

En dan heeft Jezus het over nog méér dan dat! Hij zegt niet hóeveel meer, Hij zegt méér. Je hebt de koningin van het Zuidland, stellende trap; Salomo, de vergrotende trap; en Jezus is méér. Juist dat onbepaalde, dat méér, heeft een suggestieve kracht van oneindig, altijd méér, zoals God, de Majesteit. In dat woord majesteit zit het woord ‘majus’, dat ‘méér’ betekent, groter. God is altijd groter, altijd méér.

Die wijsheid van God, die altijd grotere wijsheid van God, is onder ons gekomen in Jezus. Dit betekent, dat dit een wijsheid is niet alleen van vroegere dagen, een oude wijsheid uit oma’s tijd, belegen wijsheid van profeten en wijsgeren die nog eens kan worden opgerakeld, waar mensen bedrevenheid in hebben, boeken over schrijven, of spreuken van verzamelen, nee, die wijsheid van Jezus is een wijsheid voor mensen nú. Dat is niet alleen iets van vroeger, dat is ook van nú. Hij spreekt nu tot u, Hij spreekt nu tot u in uw hart.

Dat doet Jezus’ wijsheid, die de wijsheid van de koningin van het Zuiden en die van Salomo ver overtreft. Het is een innerlijke wijsheid, de wijsheid van het hart, of laten we zeggen: de wijsheid van de liefde. Het is de grondader van ons hart, de liefde van God, de heilige Geest. In Hem worden de woorden gesproken, van Hem is ook de ontvankelijkheid voor zijn woord in uw hart.

Naar woorden van J. Bots, sj

Reageren of uitwisselen betreffende de overweging kan via de blog Van Woord naar leven.

Laten wij bidden

Goede God,
geen ander teken hebt Gij ons gegeven dan Jezus Christus in wij Gij U aan alle mensen openbaart. Geef dat wij ons dag na dag, ook vandaag, mogen schenken aan Hem, opdat Hij door ons heen kan leven, bidden en werken. Tot heil van allen en alles.
In zijn naam. Amen.

 

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.