maandag in week 33 door het jaar (even jaren)

Uit het boek Apocalyps 1, 1-4 + 2, 1-5a

De apostel Johannes, in ballingschap, schrijft aan de kerken van Asia en in hen aan heel de Kerk. Hij vraagt terug te keren naar de tijden van de eerste liefde, geen compromissen te sluiten, maar ons steeds te bekeren.

Openbaring van Jezus Christus, die Hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes. Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien. Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.
Van Johannes, aan de zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van Hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon. Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: “Dit zegt Hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden lampenstandaards verblijft: Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. U bent standvastig en hebt veel verdragen omwille van mijn naam, zonder te verslappen.
Maar dit heb Ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven. Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger.”

Psalm 1, 1-4 + 6

Refr.: Gelukkig de mens die zich verdiept in de wet van de Heer.

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen !
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
De Heer beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 35-43

Het was hard voor de leerlingen wat Jezus hen in uitzicht stelde. Zij konden het nauwelijks geloven. Jezus antwoordt met de genezing van een blinde bedelaar. Met hem horen wij de leerlingen en ook onszelf zeggen: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien’. Ook wij hebben geloof en overgave nodig om te begrijpen en te doen wat de Heer van ons vraagt.

Toen Jezus in de buurt van Jericho kwam, zat er langs de weg een blinde te bedelen. Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg Hij wat er gaande was. Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus uit Nazaret komt voorbij.’
Daarop riep de blinde: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij Hem moest brengen. Toen deze voor Hem stond, vroeg Hij hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’
De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’
Onmiddellijk kon hij weer zien en hij volgde Hem terwijl hij God loofde.
Alle mensen die getuige waren geweest van dit voorval brachten hulde aan God.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.