Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis) – feest

Twee eenvoudige Joodse mensen, Jozef en Maria, gaan met hun kind de tempel binnen. Uiterlijk gezien vervullen zij alleen hun plicht, spreken zij hun geloof en vertrouwen uit in God. Toch is het de bijzonderste gebeurtenis die zich ooit in dat oude gebouw heeft afgespeeld. Want met Jezus, Maria en Jozef, met Simeon en Hanna, neemt een nieuwe generatie plaats in de tempel, namelijk zij die zich ‘arm van geest’ mogen noemen, de Anawin, die zich open stellen en overgeven aan het leven van God in en rondom hen. Zij laten hun geloof niet aantasten door tegenslag of verdriet, omdat zij weten dat God alles ten goede leidt.

Uit de profeet Maleachi 3, 1-4

De Heer die gij verwacht, treedt zijn heiligdom binnen.

Dit zegt God de Heer:
‘Let op, Ik zal mijn bode zenden; Hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal Hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal Hij – zegt de Heer van de hemelse machten.
Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij verschijnt? Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser.
Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de Heer.
De offers van Juda en Jeruzalem zullen de Heer met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer.

Psalm 24, 7-10

Refr.: De Heer is de Koning der glorie.

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de Koning vol majesteit wil binnengaan.

Wie is die Koning vol majesteit ?
De Heer, machtig en heldhaftig,
de Heer, heldhaftig in de strijd.

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef ze, aloude ingangen:
de Koning vol majesteit wil binnengaan.

Wie is Hij, die koning vol majesteit ?
De Heer van de hemelse machten,
Hij is de koning vol majesteit.

Uit het evangelie volgens Lucas 2, 22-40

Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd.

Toen de tijd was aangebroken dat Maria en het kind zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’
Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals U hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd.
Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door Hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.
Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret.
Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op Hem.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.