vrijdag in week 23 door het jaar

Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 1, 1-2 + 12-14

Paulus schrijft aan zijn trouwe vriend Timoteüs. Hij is God dankbaar voor zijn roeping. Hij beseft maar al te goed hoe hij er vanaf is geweest. Vroeger had hij de christenen vervolgd. Nu was hij door Gods tussenkomst tot hun apostel gemaakt. Wat wij zijn, danken wij aan Gods barmhartigheid.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus in opdracht van God, onze redder, en van Christus Jezus, onze hoop. Aan Timoteüs, mijn waarachtig kind in het geloof. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en Christus Jezus, onze Heer!
Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen, hoewel ik Hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt. Toch heeft Hij zich over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed.
Onze Heer heeft mij zijn genade in overvloed geschonken, evenals het geloof en de liefde die we in Christus Jezus bezitten.

Psalm 16, 1 + 2a + 5 + 7 + 8 + 11

Refr.: Steeds houd ik de Heer voor ogen.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 39-42

Om mensen te leiden moeten wij eerst ingetogenheid, gezond verstand en scherpzinnigheid tegenover onszelf gebruiken. Men geeft slechts wat men zelf is. Hierbij moeten wij de ingevingen van ons hart voor laten gaan op elk formalisme en elke schijnheiligheid. In de mate dat wijzelf het woord van God hebben opgenomen zullen wij in staat zijn uit de rijkdom van ons hart, de Kerk, een woord te spreken dat anderen kan helpen en leiden.

Jezus hield de leerlingen deze gelijkenis voor:
‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.
Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter in je oog verwijderen”, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.