woensdag in de derde week van de advent

Uit de profeet Jesaja 45, 6b-8 + 18 + 21b-25

God affirmeert zich duidelijk als dé Heer, de enige, die alles geschapen heeft. Hij blijft de mens aanspreken met zijn genegenheid. Iedere knie zal voor Hem buigen en elke tong zal erkennen, dat alleen bij de Heer de zegepraal en de kracht te vinden zijn. Want als dauw en regen zal zijn gerechtigheid uit de hemel neerdalen.

Ik ben de Heer, er is geen ander die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil schept. Ik ben het, de Heer, die al deze dingen doet. Hemel, laat gerechtigheid neerregenen, laat haar neerstromen uit de wolken, en laat de aarde zich openen. Laten hemel en aarde redding voortbrengen en ook het recht doen ontspruiten. Ik, de Heer, heb dit alles geschapen.
Dit zegt de Heer, die de hemel geschapen heeft. hij is God? die de aarde gemaakt en gevormd heeft en die haar heeft gegrondvest, niet als chaos schiep Hij de aarde, maar om te bewonen heeft Hij haar gevormd: Ik ben de Heer, er is geen ander.
Buiten mij is er geen god. Alleen Ik ben een rechtvaardige God, alleen Ik breng redding. Keer terug naar mij en laat je redden, ook jullie aan de einden der aarde; want Ik ben God, er is geen ander.
Ik heb bij mijzelf gezworen: Uit mijn mond komt gerechtigheid voort, een woord dat Ik spreek wordt niet herroepen. Voor mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal bij mij zweren.
‘Alleen bij de Heer’, zal men zeggen, ‘is gerechtigheid en macht te vinden.’ Allen die zich tegen Hem keerden zullen tot Hem komen en beschaamd staan.
Heel het nageslacht van Israël zal bij de Heer recht vinden en zich gelukkig prijzen.

Psalm 85, 9-14

Refr.: De Heer geeft al het goede.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede
tegen zijn volk, zijn getrouwen.
Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land,
trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 18b-23

De vraag waarmee Johannes de Doper zijn leerlingen naar Jezus stuurt is ook nog onze vraag: is de zending van Jezus en zijn volgelingen wel revolutionair of spectaculair genoeg? Het antwoord is ontnuchterend, maar ook bemoedigend. De Blijde Boodschap van Jezus wordt zichtbaar in de tekenen die Hij verricht voor blinden, lammen, melaatsen, doden en armen. Wie in staat is Jezus hierin werkzaam te zien, neemt geen aanstoot.

Johannes riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze moesten vragen: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’
Toen de mannen bij Hem gekomen waren, zeiden ze: ‘Johannes de Doper heeft ons naar U gezonden om u te vragen: “Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?”’
Hij genas toen juist veel mensen van ziekten en allerlei aandoeningen en van boze geesten en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug.
Hij antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.