woensdag in de vierde week van de advent

Uit de profeet Maleachi 3, 1-4 + 23-24

De profeet Maleachi spreekt over de komst van een gezant: Elia zal komen voordat de grote en verschrikkelijke dag van de Heer aanbreekt. Hij zal de echte eredienst herstellen. Jezus zal in zijn prediking verklaren dat Elia reeds teruggekomen is in de persoon van Johannes de Doper.

Zo spreekt de Heer God:
‘Let op, Ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal hij – zegt de Heer van de hemelse machten.
Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij verschijnt? Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser. Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de Heer. De offers van Juda en Jeruzalem zullen de Heer met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer.
Voordat de dag van de Heer aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur Ik jullie de profeet Elia, en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou Ik het land volledig moeten vernietigen.

Psalm 25, 4 + 5ab + 8 + 9 + 10 + 14

Refr.: Richt u op, uw verlossing komt nabij.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt;

Goed en rechtvaardig is de Heer,
Hij wijst zondaars de weg.

Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

Liefde en trouw zijn de weg van de Heer
voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

De Heer is een vriend van wie Hem vrezen,
Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 57-66

Bij de geboorte van Johannes de Doper valt de persoon van vader Zacharias sterk op. Hij geeft de naam. Het geven van een naam was immers een belangrijk moment, omdat door de naam ook de opdracht of de roeping van het kind werd aangeduid. Johannes betekent: God is genadig.

Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld.
Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar.
Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader.
Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’
Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’
Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen.
Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’
Iedereen was verbaasd.
En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken en loofde God.
Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken.
Ieder die het hoorde bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het verder gaan met dit kind? Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.