woensdag in week 17 door het jaar

Uit het boek Exodus 34, 29-35

Veertig dagen verbleef Mozes in afzondering met God. Onbewust dat zijn gelaat straalde omdat hij met God gesproken had maakte hij een grote indruk op het volk. Zij durfden hem niet meer te naderen en daarom bedekte hij zijn aangezicht. Door ons contact met God zouden ook wij als een licht moeten stralen in de wereld.

Mozes daalde de Sinai af, met de twee platen van het verbond bij zich. Hij wist niet dat zijn gezicht glansde doordat hij met de Heer had gesproken. Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes’ gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan, maar Mozes riep hen bij zich. Aäron en de leiders van het volk kwamen bij hem en Mozes sprak met hen. Daarna kwamen ook de andere Israëlieten. Hij droeg hun op zich te houden aan alles wat de Heer hem op de Sinai gezegd had. Toen hij uitgesproken was, bedekte hij zijn gezicht met een doek.
Steeds wanneer Mozes voor de Heer verscheen om met Hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten kwam. Als Mozes de Israëlieten dan zei wat hem opgedragen was, zagen zij hoe zijn gezicht glansde. Daarna bedekte hij zijn gezicht met de doek, totdat hij opnieuw met de Heer ging spreken.

Psalm 99, 5 + 6 + 7 + 9

Refr.: Breng hulde aan de Heer, onze God.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer aan zijn voeten.
Heilig is Hij.

Mozes en Aäron waren zijn priesters,
ook Samuël riep zijn Naam.
Riepen zij tot de Heer, Hij antwoordde.

In de wolkkolom sprak Hij hen toe
en zij onderhielden zijn geboden,
de wet die Hij hun gaf.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer voor zijn heilige berg.
Heilig is de Heer, onze God.

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 44-46

De twee korte parabels die Matteüs hier weergeeft, de parabel van de schat in de akker en de parabel van de parel, willen het gedrag van de gelovigen illustreren. In blijde hoop en niet uit vrees voor de straf moeten zij zich van alles ontdoen om het rijk te verwerven.

Jezus sprak tot de menigte:
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.
Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.