woensdag in week 22 door het jaar

Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, 1-8

Paulus herinnert eraan dat voor christenen alleen het evangelie echte waarde inhoudt.

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. Aan de heiligen in Kolosse, gelovige broeders en zusters die één zijn in Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader. In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt.

Psalm 52, 10 + 11

Refr.: Ik blijf hopen op uw Naam, die goed is.

Ik ben als een groene olijfboom
in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd.

Ik zal U eeuwig loven om wat U hebt gedaan,
ik blijf hopen op uw Naam, die goed is,
in de kring van wie U lief zijn.

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 38-44

De mensen wilden Jezus, de wonderdoener, vasthouden voor zichzelf. De genezingen die Hij verrichtte gaven daar schijnbaar aanleiding toe. Maar Jezus was gekomen voor alle mensen en niet slechts voor een kleine groep.

Na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Hem om haar te helpen.
Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.
Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was.
Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’
En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.