woensdag in week 28 door het jaar

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 2, 1b-11

God beloont ieder mens naar zijn daden.

Broeders en zusters,
het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook. Wij weten dat God hen die dergelijke dingen doen terecht veroordeelt. Of denkt u soms dat u, die zelf doet wat u in anderen veroordeelt, de straf van God kunt ontlopen?
Veracht u dan zijn onbegrensde goedheid, geduld en verdraagzaamheid, en weet u niet dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen? Doordat u zo hardleers bent en niet tot inkeer wilt komen, maakt u dat de straf waartoe God u veroordeelt op de dag dat Hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert, alleen maar zwaarder wordt.
God beloont ieder mens naar zijn daden.
Aan wie het goede doet en daarin volhardt, aan wie glorie, eer en onsterfelijkheid zoekt, schenkt Hij het eeuwige leven.
Maar wie handelt uit geldingsdrang, de waarheid niet eerbiedigt en zich laat leiden door onrecht, straft Hij met zijn toorn en woede.
Iedereen die het slechte doet wacht leed en ellende, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken.
Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken. God maakt geen onderscheid.

Psalm 62, 2 + 3 + 6 + 7 + 9

Refr.: God alleen is mijn rots en mijn redding.

Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust,
van Hem komt mijn redding.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, nooit zal ik wankelen.

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van Hem blijf ik alles verwachten.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart, God is onze schuilplaats.

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 11, 42-46

Aan andere mensen vragen wat men zelf niet doet, dat ontneemt ons niet alleen elk recht van spreken, maar maakt ons huichelachtig. Als wij ons dan nog laten eren en dienen, stijgt de huichelachtigheid ten top. Jezus is hard tegenover dergelijke houding.

Jezus sprak:
‘Wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. Wee jullie Farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.’
Daarop zei een wetgeleerde tegen Hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.’
Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan.’

Van Woord naar leven

Vandaag harde taal van Jezus aan het adres van hen die schijnbaar weten hoe het moet, dit ook aan anderen laten weten, maar zelf voorbij gaan aan de gerechtigheid en de liefde tot God.

Voor alle duidelijkheid: Er mag onderwezen worden, er mag en moet aangespoord worden, maar men moet het ook en vooral zelf doen. We moeten consequent zijn in wat we zeggen. Liefde preken veronderstelt liefde zijn.

En niemand heeft het hier over dat je daarvoor onberispelijk moet zijn, dat je nooit in de fout mag gaan, dat je dus een soort heilige moet zijn alvorens je mond open te doen. Fouten maken is des mensen. Daar gaat dit stukje evangelie ook niet over. Het gaat erover dat we consequent moeten zijn in wat we geloven en zeggen. Zo goed als het kan. We moeten oprecht zijn, en diepmenselijk voor anderen.

We zouden zo moeten leven en spreken, dat anderen die ons ontmoeten Gods liefde gewaar worden, en daardoor als het ware geraakt worden door God zelf.
Dit vraagt van ons een zeer nederige houding ten aanzien van God. Het is bereid zijn Hem God te laten zijn in je leven, Hem te laten spreken, Hem te doen handelen. Jij bent zijn instrument dat Hij bespeelt, zijn penseel waarmee Hij schildert.
Het vraagt ook nederigheid tegenover de medemens. Als een dienaar zul je immers ieder ontvangen: als mens, als broer of zus. Bij wijze van spreken zul je voor ieder ander neerknielen en hem de voeten wassen. In je nederigheid zal je God tonen en schenken.

Je begrijpt dat dit een fundamenteel andere houding is dan deze van die Farizeeën en die wetgeleerden waartoe Jezus vandaag in het evangelie spreekt. Deze mensen zijn uit op ereplaatsen, willen begroet worden, leggen de mensen ondraaglijke lasten op en het ergste: ze gaan zelf voorbij aan de liefde Gods.

Moge Jezus ons groot voorbeeld zijn, het levend hart van ons bestaan. Moge Hij de spirit zijn van onze levenswandel, van ons getuigenis.

Jezus was de nederigheid zelf, zowel ten opzichte van zijn Vader als ten opzichte van de mens. Hij was dienaar in alle opzichten, tot de uiterste consequentie. Laten we Hem volgen; van harte en innerlijk blij. Als paasmensen.

kris

Reageren of uitwisselen betreffende de overweging kan via de blog Van Woord naar leven.

Laten wij bidden

Heer Jezus,
wij vertrouwen ons toe aan U. Wij bidden dat wij in U mogen blijven, zoals Gij in uw trouw in ons blijft. Mogen wij, vanuit een innige vereniging met U, leven; ten diepste.
In uw naam. Amen.

 

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.