woensdag na de Openbaring van de Heer

(Ofschoon het feest van 6 januari – Openbaring des Heren – in ons land (België) verschoven is naar de zondag na 1 januari, kan men ook vandaag de lezingen van het Openbaringsfeest nemen.)

Uit de eerste brief van Johannes 4, 11-18

De liefde die gelovigen aan elkaar bindt is een teken van Gods verbondenheid, In Christus’ liefde blijven, in Gods liefde wonen, verwoordt eenzelfde geloofsrealiteit: De drieëne God woont in de mensen, en zijn liefde laat geen ruimte voor angst.

Geliefde broeders en zusters,
als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest.
En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld.
Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop.
God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus.
De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

Psalm 72, 1 + 2 + 10 + 12 + 13

Refr.: Alle volken, prijs de Heer.

Geef, o God, uw wetten aan de koning,
uw gerechtigheid aan de koningszoon.

Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.

De koningen van Tarsis en de kustlanden,
laten zij Hem een geschenk brengen.

De koningen van Seba en Saba,
laten ook zij Hem schatting afdragen.

Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.

Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt Hij het leven.

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 45-52

Jezus trekt zich terug om te bidden. Later in de nacht vervoegt Hij de leerlingen. Hij wandelt op het water en stilt de storm. Het zijn tekenen die zijn messiaanse heerlijkheid ontsluieren. De leerlingen worden erdoor in de war gebracht, maar Jezus zal hun angst tot stilte brengen.

Na de broodvermenigvuldiging gelastte Jezus zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou Hijzelf de menigte wegsturen.
Nadat Hij afscheid van de mensen had genomen, ging Hij de berg op om er te bidden.
Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en Hij was alleen aan land.
Toen Hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep Hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en Hij wilde hen voorbijlopen.
Toen ze Hem over het water zagen lopen, dachten ze dat Hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden Hem allemaal gezien en raakten in paniek.
Maar Hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’
Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht.
Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.