zaterdag in week 27 door het jaar (even jaren)

Uit de brief van Paulus aan de Galaten 3, 22-29

Door het geloof van ons doopsel zijn wij Christus toegeeigend, in Hem ingelijfd. Wij hebben Hem als het ware aangetrokken ‘als een kleed’. Alle Christusgezinden vormen nu zijn Lichaam, de Kerk. Zij moeten in eenheid met Hem zijn taak verder zetten en Gods menslievendheid zichtbaar maken onder de mensen.

Broeders en zusters,
de Schrift heeft alles in de macht van de zonde gelegd, zodat de belofte kon worden gegeven op grond van geloof in Jezus Christus, aan wie op Hem vertrouwen. Voordat dit geloof kwam, werden we door de wet bewaakt; we leefden in gevangenschap tot het geloof geopenbaard zou worden. Kortom, de wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen.
Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.

Psalm 105, 2-7

Refr.: Voor eeuwig blijft Gods verbond van kracht.

Zo spreken zij die door de Heer zijn verlost,
die Hij verloste uit de greep van de angst,
bijeenbracht uit alle landen,
uit het oosten en het westen,
uit het noorden en het zuiden.

Soms doolden zij door de woestijn,
maar een weg in de wildernis,
een stad, een woonplaats vonden ze niet.
Ze kregen honger en dorst
en kwijnden van uitputting weg.

Ze riepen in hun angst tot de Heer –
Hij heeft hen bevrijd uit vele gevaren,
Hij wees hun de rechte weg,
de weg naar een stad, een woonplaats.

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 27-28

Op een volkse manier drukt een vrouw uit de menigte haar bewondering uit voor Maria. Zij mocht fier zijn over haar kind. Maar Jezus vult haar aan met de woorden: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het Woord van God luisteren en ernaar leven’.

Terwijl Jezus aan het spreken was, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen Hem: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten waaraan U gedronken hebt!’
Maar Hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het Woord van God luisteren en ernaar leven.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.